Uit blanke steden onder blauwe lucht: feuilletons over Italiaanse kunst

Feuilletons uit Italië

‘Den eersten keer, dat ik Venetië zag, was het nacht; het was als of de donkere, starlooze nacht een groot, zwart fluweelen masker zich voor het geheimzinnig gelaat had geslagen, of de nacht een ruimen, zwart fluweelen mantel uit gebreid hield over de vreemde stad van geheimzinnige waterstraten.’ Zo begint Couperus’ bundel Uit blanke steden onder blauwe lucht, die oorspronkelijk in twee delen verscheen in respectievelijk 1912 en 1913. Een groot aantal reportages uit deze bundels was eerder verschenen in het Haagse dagblad Het Vaderland.

Venetië

In Uit blanke steden onder blauwe lucht doet Couperus verslag van reizen naar de grote Italiaanse steden en – vooral - hun beroemde kunstschatten. Het boek opent met het verslag over Venetië, waarvan zeker de eerste pagina’s lezen als een roman: ‘Een geheimzinnige, fluweeldoezelige waterstad van misdaad en donkere intrigue... een rood-groen-geel verlichte feeststad met tooverpaleis op een onwaarschijnlijk plein, met marmeren brug aan water, veel water, ruim water, doortrillerd met hònderde diepe lichtrillingen, die naar beneden sloegen tot aan den bodem... zoo zag ik Venetië voor het eerst, fluweelzwart, inkt-zwart, schaduwzwart... en toen roodgoud, zwavelgeel, vermillioen...’

Tintoretto

In Venetië bewonderde Couperus ondermeer de werken van de schilder Tintoretto. Over hem schreef hij een uitvoerig feuilleton. Al schouwend en omcirkelend tracht Couperus hierin de geest van de schilder te vangen. Hij probeert bijvoorbeeld te duiden wat er zo bijzonder is aan Tintoretto’s ‘Laatste Avondmaal’, in de kerk van San Giorgio Maggiore. Op dit schilderij is het laatste avondmaal geheel anders afgebeeld dan in de gebruikelijke frontale presentatie: ‘Dit Heilige Avondmaal, het toont ons dadelijk Tintoretto’s oorspronkelijkheid, Tintoretto’s gloeiende licht en bruischende leven en dat dóor de duistere kleuringen heen. Wij zien als een groote schuur vol donkere schaduw van nacht; in die schuur is de eenvoudige, lange tafel in het verkort ons voor oogen gesteld; ver van ons, toeschouwer, is Jezus op gerezen en breekt, staande, het brood, dat hij biedt den Apostel naast zich, die nièt Johannes is...’

Florence

Andere steden die Couperus aandoet in Uit blanke steden onder blauwe lucht zijn Ferrara, Ravenna, Pisa en uiteraard Rome. Ook Florence wordt uitgebreid behandeld. Uit die stad stuurde hij ondermeer feuilletons over de kunstzinnige rijkdom van de paleizen van Vecchio en Davanzati. Ook berichtte hij uit Florence over de kunstenaars Donatello en Botticelli. Couperus maakte in zijn feuilleton over Botticelli, vooral beroemd door zijn ‘Geboorte van Venus’, het gedweep van de Engelse toeristen met deze renaissanceschilder een beetje belachelijk: ‘waarlijk, wanneer gij in de Accademia de Primavera bezoekt of in de Uffizi in de Botticelli-zaal komt, zoo zult gij, o lezer en toerist, de Engelsche dames zièn dwepende zitten, de lippen murmelend als in gebed, de handen vroom gevouwen, de oogen in extaze op gericht naar de, op haar schulp aan schommelende, Venus, naar de drie Gratiën, naar de bloemgewadige Lente of naar de Madonna del ‘Magnificat’. Botticelli was niet Couperus’ favoriete schilder, maar hij moest na lange beschouwing van diens werken toch toegeven dat hij wel enigszins met de dweepzucht van de Engelse dames kon meevoelen.

Kunst op straat

Couperus besprak in Uit blanke steden onder blauwe lucht niet alleen de Italiaanse kunstwerken die zich in musea, galerieën en kathedralen bevonden. Ook de oude architectuur en de antieke beeldhouwwerken in het stadsbeeld besprak hij, zich verbazend over de vanzelfsprekendheid waarmee door Italianen zich door al die schoonheid heen bewogen. In het Florentijnse feuilleton ‘Kunst op straat’ schreef Couperus: ‘Ik geloof niet, dat dit volk, dat hier leeft en luiert en lummelt tusschen deze schoonheid, deze schoonheid eeuwen eerbiedigde, omdat zij die waardeerde, bewonderde, lief had. Neen, dat niet. Maar toch geloof ik ook wel, dat deze schoonheden een deel van hun onbewuste open-lucht-leven geworden zijn, zoo goed als het azuur van de lucht en het goud van de zon. Onbewust vatten zij wel deze schoonheid als schoonheid en sedert eeuwen is zelfs de gedachte niet in hen gerezen haar geweld aan te doen...’

Voorzijde band van Uit blanke steden onder blauwe lucht, deel 1 (1912)

Voorzijde band van Uit blanke steden onder blauwe lucht, deel 1 (1912)

Voorzijde omslag van Louis Couperus, Pisa, Siena, Orvieto. - Utrecht [etc.] : Veen, 1987

Voorzijde omslag van Louis Couperus,Pisa, Siena, Orvieto. -Utrecht [etc.] : Veen, 1987

Venetië (uit: Frédéric Bastet, De wereld van Louis Couperus. - Amsterdam : Querido, 1991)

Venetië (uit:Frédéric Bastet,De wereld van Louis Couperus. -Amsterdam : Querido, 1991)

Tintoretto, 'Laatste avondmaal' (bron: Wikimedia Commons)

Tintoretto, 'Laatste avondmaal' (bron: Wikimedia Commons)

Voorzijde omslag van Louis Couperus, Florence. -  Utrecht [etc.] : Veen, 1986

Voorzijde omslag vanLouis Couperus,Florence. - Utrecht [etc.] : Veen, 1986

Via Appia bij Rome (uit: Frédéric Bastet, De wereld van Louis Couperus. - Amsterdam : Querido, 1991)

Via Appia bij Rome(uit:Frédéric Bastet,De wereld van Louis Couperus. -Amsterdam : Querido, 1991)