Driek van Wissen en de kritiek

Geraffineerd taalgebruik

Het debuut van Driek van Wissen in 1976 verliep wat anders dan gebruikelijk. Hij publiceerde zijn eerste bundel De match Luteijn-Donner samen met Jean Pierre Rawie. Bovendien was die bundel een reactie op een schaakwedstrijd tussen Luteijn en Donner.
Driek van Wissen schrijft vormvaste luchtige plezierdichten, veelal sonnetten. De kritiek op zijn werk is steevast dat de vorm wel goed zit, maar dat de inhoud soms wat te wensen over laat.

Drie van Wissen, Zegt u nou zelf (1992)

Drie van Wissen, Zegt u nou zelf (1992)

In het Haarlems Dagblad merkt K.T. op 31 maart 1979 op dat van Van Wissens debuut Het mooiste meisje van de klas binnen enkele maanden al een tweede druk verscheen. Over de gedichten zegt hij: 'De sonnetten van Driek van Wissen worden gekenmerkt door het geraffineerde taalgebruik, de ironische tot ronduit spottende ondertoon en een volslagen gebrek aan hoogdravende poetische hocus-pocus. Dat levert een serie heldere gedichten op, die zich afspelen in een duidelijk herkenbare wereld'.

De recensent van Trouw is op 13 november 1999 wat minder te spreken over de 'dubbelzinnigheden' en 'woordspeligheden' in de bundel De hap van Adam. 'Het boertige element is zo dominant dat voor andere emoties, ontroering, bijvoorbeeld, nauwelijks plaats overblijft. Behalve eenzijdig zijn deze gedichten ook nogal omslachtig. Van Wissen mist de briljante woordspeligheid, de puntige formuleerkunst en de krankzinnige invallen die bijvoorbeeld het oeuvre van Kees Stip zo rijk gevarieerd en geestig maken. Hij broedt steeds lang en zwaar op één idee en werkt dat vervolgens breedvoerig uit. Menig gedicht wordt door het procédé van de aangelengde grap ontsierd.' Toch staan er ook gedichten in de bundel die de recensent raken. 'Daarentegen vormt het zestal gedichten met de identieke titel 'Kou is...' wel een mooi geheel. Het gepaarde rijm geeft ze iets naïefs en kwetsbaars dat ze juist sterk maakt.'

Erik Kok in het Noordhollands Dagblad van 23 oktober 2003: 'Zijn humor is wat boertiger dan Jean Pierre Rawie, zijn taal wat minder virtuoos dan Drs. P., zijn stijl is wat minder puntig dan Kees Stip. Maar als een grap niet lukt, dan imponeert Van Wissen altijd nog door zijn verstechniek.'

Harry Bekkering over Van Wissen (Ons Erfdeel, 2003): 'Driek van Wissen is, denk ik wel eens, eigenlijk in het verkeerde tijdsgewricht geboren. In de jaren zeventig debuteerde hij met sonnetten als het bovenstaande, wat toen absoluut niet in de mode was, dat deed je als dichter eenvoudigweg niet. Men denke in dit verband aan de vergelijkbare perifere positie die Jan Kal binnen de Nederlandse literatuur inneemt, echt serieus wordt deze Haarlemse dichter ondanks het veranderen der tijden nog steeds niet genomen. Eigenlijk is Van Wissen hetzelfde lot ten deel gevallen. In elk geval is hij nooit als een échte dichter beschouwd, maar in feite uitsluitend en alleen als een zogenaamde ‘plezierdichter’.'