Het leven van Gerrit Achterberg

Jeugd van Gerrit Achterberg

Gerrit Achterberg werd op 20 mei 1905 geboren te Neerlangbroek. Hij groeide op in een groot gezin. Zijn vader was eerst koetsier, later pachter van de boerderij Klein Jagersteyn. In het gezin werden behalve de Bijbel weinig boeken gelezen, wel kranten en tijdschriften.

Gerrit Achterberg, negentien jaar oud (uit: Hazeu, 1988, ill. nr. 24)
Gerrit Achterberg (19 jaar)

Gerrit Achterberg, negentien jaar oud (uit: Hazeu, 1988, ill. nr. 24)

Cathrien van Baak, zestien jaar oud (uit: Hazeu, 1988, ill. nr. 25)
Cathrien van Baak (16 jaar)

Cathrien van Baak, zestien jaar oud (uit: Hazeu, 1988, ill. nr. 25)

In 1920 begon Achterberg aan de kweekschool te Utrecht, hij ging daar bij familieleden op kamers wonen. In de zomer van 1924 kreeg hij een aanstelling als onderwijzer in Opheusden. Hij werd daar gezien als een vreemde, in zichzelf gekeerde jongeman, die zich niet voegde naar de gewoontes van het streng hervormde dorp. Wel raakte hij goed bevriend met Arie Jac. Dekker, en leerde hij Cathrien van Baak kennen, met wie hij verkering kreeg. Dekker en Achterberg lazen tot diep in de nacht samen poëzie. Vooral Nieuwe geluiden was voor hen erg belangrijk, een bloemlezing van poëzie uit de jaren 1918 tot 1923 met werk van toen nog vrijwel onbekende dichters als A. Roland Holst, M. Nijhoff, en J.C. Bloem. Al snel begonnen ze ook zelf te schrijven.

Rijksasyls voor Psychopathen te Avereest (uit: Gerrit Achterberg, 1981, ill. nr. 64)
Rijksasyls voor Psychopathen te Avereest

Rijksasyls voor Psychopathen te Avereest (uit: Gerrit Achterberg, 1981, ill. nr. 64)

Zenuwinrichting Rhijngeest te Oegstgeest (uit: Gerrit Achterberg, 1981, ill. nr. 90)
Zenuwinrichting Rhijngeest te Oegstgeest

Zenuwinrichting Rhijngeest te Oegstgeest (uit: Gerrit Achterberg, 1981, ill. nr. 90)

Rijksasyls voor Psychopathen, Avereest: 1938-1943

Achterberg kwam in 1938 terecht in de ‘Rijksasyls voor Psychopathen’ in Avereest. In deze instelling verbleven de zwaarste patiënten, het was ‘weinig meer dan een verbanningsoord voor criminelen, dat wel werk of bezigheid bood, maar weinig genezing’ (Hazeu, 1988, p. 239). Achterberg las daar veel en bleef enthousiast over zijn dichterschap. Na enige tijd nam hij de organisatie van de bibliotheek van het gesticht op zich. Hij publiceerde een aantal gedichten in het tijdschrift Werk en kwam zo in contact met redacteur Ed. Hoornik, die een belangrijke vriend voor hem zou worden, en hem zowel op literair als juridisch vlak zou steunen. Na enige moeite om een uitgever te vinden, verscheen door de hulp van Ed. Hoornik in 1939 de bundel Eiland der ziel.

Achterberg werd in die tijd - voor zover mogelijk - actiever in de literaire wereld; hij las literaire tijdschriften en correspondeerde met uitgevers en andere schrijvers. Hij genoot ook steeds meer bekendheid onder zijn mededichters en publiceerde enkele dichtbundels. Hij verhuisde een aantal keer naar verschillende klinieken en gestichten, waar hij meer dan eens de verantwoordelijkheid kreeg voor de bibliotheek. Hij las veel, bijvoorbeeld Oscar Wilde, Leonhart Frank, Kafka, Vestdijk en Marsman. Hij verdiepte zich ook in de filosofie, taalkunde, taalfilosofie, kunstgeschiedenis, kunstfilosofie, parapsychologie en het spiritisme. Veel poëzie heeft hij nooit gelezen, uit angst voor beïnvloeding.

Trouwdag van Gerrit Achterberg en Cathrien van Baak (uit: Gerrit Achterberg, 1981, ill. nr. 110)

Trouwdag van Gerrit Achterberg en Cathrien van Baak (uit: Gerrit Achterberg, 1981, ill. nr. 110)

Huwelijk met Cathrien van Baak: 1946

In augustus 1943 kwam Achterberg in gezinsverpleging in Eibergen en zag Cathrien van Baak weer regelmatig. Maar verder raakte hij, mede door de oorlog, in een isolement. In 1945 gingen Achterberg en van Baak samen bij het gezin Wagenvoorde in Neede wonen. In 1946 vond hij werk als verzamelaar van informatie over dialecten en folklore in de provincie Gelderland voor het bureau van de Dialecten-commissie der Koninklijke Nederlandsche Akademie van Wetenschappen te Amsterdam. Hij kon dit werk thuis doen. In juni 1946 trouwden Achterberg en Van Baak in alle stilte, en betrokken zij de tweede etage van de Mariahoeve in Hoonte.

Literaire prijzen: 1944-1954

Al in 1944 waren er bij uitgeverij Stols plannen om het verzameld werk van Achterberg uit te geven. Om 'uitgeverstechnische' redenen gebeurde dit niet: de bundels van Achterberg waren bij verschillende uitgeverijen verschenen en Stols had niet de middelen om de rechten van het werk over te nemen van andere uitgeverijen. Wel verscheen er een verzamelbundel van al het werk dat al bij Stols uitgegeven was. In de jaren veertig en vijftig bleven er regelmatig bundels van Achterberg verschijnen, bovendien ontving hij verschillende literaire prijzen.

Gerrit Achterberg met zijn vrouw en twee vertalers in Leusden (uit: Gerrit Achterberg, 1981, ill. nr. 160)

Gerrit Achterberg met zijn vrouw en twee vertalers in Leusden (uit: Gerrit Achterberg, 1981, ill. nr. 160)

De dood van Achterberg: 1962

Gerrit Achterberg overleed op 17 januari 1962 aan een hartaanval in de auto voor zijn huis in Leusden, nadat hij met Cathrien naar Amsterdam was geweest. Hij schreef weinig nieuwe gedichten, maar werkte wel aan Vergeetboek, dat twee maanden voor zijn dood uitkwam. Ook redigeerde hij de uitgave van zijn Verzamelde gedichten, die uiteindelijk postuum verscheen in 1963.