2: Alles ademt zwaarder

Definities en hallucinaties

De bibliofiele uitgave Definities en hallucinaties (2003) werd uitgebracht door uitgeverij Perdu en gefinancierd door de Stichting Jo Peters-Poëzieprijs.

Vooromslag vanDefinities en hallucinaties(2003)

Vooromslag vanDefinities en hallucinaties(2003)

Deel van het gedichtDefinities en hallucinaties (2003)

Deel van het gedicht*Definities en hallucinaties *(2003)

De vier zwart/wit tekeningen van mannen- en vrouwenhoofden in de bundel werden gemaakt door Judith Veldhoen. Het Zuidafrikaanse motto is van Breyten Breytenbach: 'Nou kan ek niks meer voor my oë vashou en ek het gedroom ek slaap in afsondering'. Volgens de ondertekening werd deze bundel geschreven in Kaapstad en Wenen tussen oktober en december 2002. De uitgave begint en eindigt met een lang gedicht zonder titel:

Het begint met een begroeting, met een brief die plechtig
ondertekend wordt. Ten teken dat een akkoord is bereikt,

de situatie onder controle. Het begint met een deur
die opengaat, of sluit. Dezelfde betekenis,

een tegengestelde beweging. Het begint
met een haastig uit het hoofd gedraaid telefoonnummer,

de boodschap na de pieptoon. Met op de achtergrond wellicht
een kind met een betraand gezicht, een teddybeer

vastgeklemd. Een kind dat geaaid wil worden, toegesproken
door een rustige stem.

(p. 7)

De gedichten in afdeling 'II' van de bundel hebben steeds tweeledige titels waarin een tegenstelling is verwerkt. Zo zijn er gedichten als: 'Eenvoud en complexiteit', 'Geweld en tederheid', 'Berusting en protest' en 'Aankomst en vertrek'. Het gedicht 'Genade en gezag' begint met het uitschakelen van zekerheden:

Dit is niet wat je denkt. Het zonlicht prikkelt, stemt tot
vrolijkheid. Lucht en wolken als bij toverslag. Wetten.

Geen benul van deze schaalvergroting, de raadsels, wie
de verkeerde route wijst, het lachend op een lopen zet.

(p. 10)

'Geweld en tederheid' zet dood en leven, treurnis en vrolijkheid markant naast elkaar:

Als een auto voorrijdt, een pikzwarte auto, een doodskist
waar haastig vier vijf mannen uitspringen, een onbenutte

ruimte in die zij opvullen met een onderdrukt geschreeuw,
een krachtig vertoon van ongeduld, als een tros ballonnen

die loslaat
(p. 13)

Het titelloze laatste gedicht uit de bundel (afdeling III) verhaalt over vertrek, terugkeer naar het geboortedorp, een vliegtocht over de buitenwijk en de begrafenis van een geliefde:

De ondertoon van een deur die openstaat: treedt binnen.
Bloemen doen het altijd goed als geschenk.

Het eindigt met een lange zwempartij in zee,
met een treinrit, met de spiegeling van een gezicht

in het raam, steeds duidelijker zichtbaar nu het donker wordt.
Met een brief, herlezen, opgevouwen, weggelegd.

(p. 23)