4: "Geen wijsheid die je kraakt"

Schuim

In 2006 verscheen de bundel Schuim. De bundel bevat drie afdelingen en vijf lange gedichten.

Vooromslag van ​Schuim ​(2006)

Vooromslag van *Schuim *(2006)

Achteromslag ​van Schuim ​(2006)

Achteromslag van*Schuim *(2006)

Elk onderdeel heeft een eigen titel en motto. Het motto van het gedicht 'Staat verzekerend' luidt:

'Ik was aan het winkelen en ineens zag ik een rugzak staan. Helemaal alleen in een drukke winkelstraat. Net toen ik de politie had gebeld, kwam er een jongetje aanrennen.'
Mevrouw Berends in de brochure Wat wordt er gedaan tegen terrorisme? En wat kunt u doen?

'Staat verzekerend' heeft vier genummerde delen en is samengesteld uit zinnen die uit de brochure zijn overgenomen. Dit heeft tegelijkertijd een humoristisch en een beklemmend effect. Het begin van dit gedicht:

I

De kans dat er een terrorist in uw wijk woont, is erg klein.
Mensen worden niet van de ene op de andere dag terrorist.
Heeft uw kind veel aandacht voor radicale ideeën?
Praat daar dan over met hem of haar.
Mensen die zich verdacht gedragen, worden scherp in de gaten gehouden.
Ook mensen die geen toekomst voor zichzelf zien
kunnen een risico vormen. Meer dan we kunnen vertellen.
Daarom is er speciale aandacht voor plekken waar radicalisering ontstaat.
We luisteren af. We infiltreren. We verzamelen en bestuderen
informatie over de verdachte personen en groepen.

(p. 37)

Het gedicht heeft een beklemmende werking. De zinnen zijn afkomstig uit een brochure die terrorisme moet voorkomen maar eigenlijk vooral angst inboezemt. De sterretjes verwijzen in de brochure naar een verklarende woordenlijst, Schaffer heeft deze sterretjes soms verplaatst voor een vervreemdend effect. Het lijkt zo alsof de meest alledaagse begrippen uitleg nodig hebben.
Schaffer bereikt een grappig effect door de zinnen zo achter elkaar te zetten dat de boodschap erg overdreven overkomt. Dit is ook te zien in de laatste regels:

Belangrijk is dat we elkaar blijven respecteren en vertrouwen.
Dat we in gesprek blijven met de buurtbewoners.
Als het moet, zetten we de trein stil. We kunnen niet voorzichtig genoeg zijn.
Het is belangrijk dat ons leven niet wordt overheerst door angst.
Meer informatie is ook beschikbaar in een groter lettertype.

(p. 40)

Enkele gedichten in Schuim zijn geschreven voor een eenzame uitvaart. Frank Starik, oud stadsdichter van Amsterdam, is oprichter van de 'Poule des doods'. De dichters die deel uitmaken van deze poule schrijven om de beurt een gedicht voor een eenzame overledene die geen nabestaanden heeft. Schaffer schreef het gedicht 'Wish you were here' voor Dickson Imonjie Ukhuedoba:

Je telt weer mee, in de zang schuilt het gevaar, de dagen korten.
Tot je verdween. Een stevig ontbijt met twee gebakken eieren en spek
en toast, een stukje tomaat, dit uitzicht op een parkeerplaats:

vanaf hier moet je het alleen doen vrezen we, je bent niet langer
van de wereld in dit daglicht. In het oog van een orkaan – je kent
die foto’s wel, alles in één grootse afwachting, voordat de hel losbast.

Nu word je slapend rijk, nu mocht je terug. Afgeluisterd, toegefluisterd,
door de modder naar het veldje waar je twee keer scoorde
en dan is het feest en iedereen was blij en alles mag en niets hoeft,

geen wijsheid die je kraakt.
(p. 64)

In het gedicht 'Elders loopt het stuk' gebruikt Schaffer een paar regels uit het gedicht 'Winternag'’ van de Zuid-Afrikaanse dichter Eugène Marais. Dit gedicht schreef Marais net na de Boerenoorlog in 1905. Marais beschrijft het uitgebrande Zuid-Afrikaanse landschap dat dood uitstraalt maar dat ook de hoop van nieuw leven in zich heeft. Schaffer gebruikt de regels van Marais zo:

Soos die lied van ’n meisie in haar liefde verlaat. Een meisje met
geen tijd voor ja of nee, een codenaam verlopen, waterogen.

O treurig die wijsie op die ooswind se maat. Schimmel, een plaat
die haakt, een open raam, een overlopend bad en dan zoenen we

de kauwgom uit je mond. Je hebt het recht te zwijgen, inderdaad,
men had mooier weer voorspeld, ja, dit waren nog eens tijden.

(p. 90)

'Winternag' staat bekend om zijn sterke dubbele betekenis. Het gedicht kan tegelijk hopeloos en hoopvol worden opgevat. Dat komt in 'Elders loopt het stuk' van Schaffer terug. Het meisje had een codenaam en waterogen, er was schimmel en een plaat die haakt. Vooral het zinnetje 'dit waren nog eens tijden' kan dubbelzinnig worden opgevat.

Kooi

In de bundel Kooi (2008) wisselen strakke sonnetten en lange prozagedichten elkaar af.

Vooromslag van *Kooi* (2008)

Vooromslag van Kooi (2008)

Achteromslag van ​Kooi​ (2008)

Achteromslag van ​Kooi​ (2008)

Het motto van de bundel is afkomstig van John Ashbery:

Why do I tell you these things? You are not even here.

De strekking van dit motto komt in veel gedichten in deze bundel naar voren. Schaffer spreekt namelijk steeds een 'jij' aan in de gedichten. Vaak is de 'jij' niet echt aanwezig. Een goed voorbeeld hiervan is 'Impasse', de tweede en de derde strofe:

Je ruikt hoe ik bederf, ook al ben ik er niet, je ligt, zo stel ik
me voor, verrukt te staren naar een monitor, naar de eerste
bewijzen van leven op Mars, daar beweegt iets onschuldigs,
iets wat kans van slagen heeft, en zonder je blik af te wenden

grijp je mijn hand – die er niet is, druk doende dit alles alvast
neer te krabbelen, ergens waar ik pelgrimstochten onderneem
naar hooggelegen gebouwen, ver voor Christus opgeleverd.

(p. 51)

In de prozagedichten wordt vaak een 'jij' beschreven vanuit de tweede persoon. De vraag is of de verteller en de beschreven persoon dezelfde zijn. Een voorbeeld hiervan is 'Het antwoord is nee'. Het begin van dit gedicht:

Het is gedaan met de verdoving. Je zult contact moeten
maken, iets of iemand moeten aaien, het is als het ware vijf
voor twaalf. Sterven voor de goede zaak maakt sterven de
moeite waard – het zou een slagzin kunnen zijn.
Je begint in het wilde weg te fluiten, wie weet wie je humeur
oppikt en kijk, het werkt! Een beetje sympathie doet wond-
deren, het meisje achter de kassa bijvoorbeeld kan een glim-
lach nauwelijks onderdrukken.

Eerst wordt de 'jij'; aangesproken: 'je zult contact moeten maken'. Dat doet de 'jij' door te fluiten en dat werkt meteen. Later komt de 'jij' er echter achter dat er een hele rij identieke kassameisjes is die even vrolijk zijn. Hij dacht dat hij contact had, maar dat bleek een illusie te zijn. Het einde van het gedicht gaat over een gebeurtenis die alleen de persoon die beschreven wordt nog kan weten:

Toen je klein was sloeg je op een middag met een stok een
wesp dood uit de lucht. Rebecca, Ivo, Mike, Daphne, allemaal
stonden ze erbij te kijken maar geen van hen zou jouw helden-
daad vandaag de dag nog kunnen navertellen en intussen lijkt
de buit verdeeld: jij, je gezonde rancune, en de rest is geschie-
denis.
 Van het kwade verlost.
 Maar laat je niet misleiden.

(p. 60-61)

Ook in deze jeugdherinnering loopt de 'jij' contact met anderen mis. Hij verricht een 'heldendaad' maar niemand zal zich dit later herinneren. De 'jij' staat alleen, en elk contact lijkt voor hem een illusie.

Soms lijken de sonnetten over twee geliefden te gaan. Deze geliefden leven vaak langs elkaar heen. Bijvoorbeeld in het gedicht 'Niet alleen een buitengewone voorstelling':

      Jij schrok, ik niet, waarom zou ik schrikken.
Zo begon het. Zonder goedenacht te zeggen val je in slaap,

op de grond naast het bed een glas wijn en dat boek, dat uit
je handen gleed – op de laatste pagina wacht alvast een bont
gezelschap op je komst. Loop je even mee? Dan stel ik je voor.

(p. 43)