Ingmar Heytze als dichter van de stad Utrecht

Lang voordat Ingmar Heytze in 2009-2011 de officiële stadsdichter van Utrecht was, leek hij die functie al te vervullen, zoveel gedichten schreef hij over Utrechtse toestanden en locaties. Een van zijn dichtbundels werd helemaal gewijd aan Utrechtse gedichten (2001), hij was een jaar lang de huisfilosoof van het Centraal Museum te Utrecht en uit zijn zomerdagboek Hier heeft de oudste steen gelijk blijkt dat hij Utrecht nauwelijks verlaat (vanwege reisangst) en dat hij in het Utrechtse kunstcircuit net zo actief is als in het Utrechtse kroegleven.

Ingmar Heytze, Utrechtse gedichten (2001)
Ingmar Heytze, Utrechtse gedichten (2001)

Ingmar Heytze, Utrechtse gedichten (2001)

Ingmar Heytze, Het voordeel van de twijfel (2000)
Ingmar Heytze, Het voordeel van de twijfel (2000)

Ingmar Heytze, Het voordeel van de twijfel (2000)

Over Dichters des Vaderlands en Stadsdichters schreef hij ook in dat zomerdagboek: 'Een dichter in functie is een toenemende trend. In Engeland en Italië is het al heel lang gebruikelijk dat dichters betrokken zijn bij politieke zaken of bedrijven. Gerrit Komrij is onze dichter des vaderlands, het Tropenmuseum te Amsterdam heeft een tijd een huisdichteres in dienst gehad, de Groningse universiteit heeft twee huisdichters onder haar studenten. Zelf ben ik negen maanden huisfilosoof geweest bij het Centraal Museum. In tegenstelling tot wat ze in Groningen denken, krijgen ze daar niet de eerste stadsdichter van Nederland: Jan Eijkelboom werd al 5 maart van dit jaar [2001] tot officiële stadsdichter van Dordrecht uitgeroepen. Op de Utrechtse universiteit heeft iemand ooit geopperd om een poet laureate aan te stellen voor de Letterenfaculteit, bij voorkeur een niet al te lang geleden afgestudeerde Letteren, die was doorgegaan in de poëzie. Men noemde mijn naam. Desgevraagd zou ik zeker hebben toegezegd. Alleen, er is me nooit iets gevraagd' (p. 147).

Het zomerdagboek begint met aantekeningen (21 juni) over een gedicht waarmee Heytze de 5500e gemeenteraadsvergadering mocht openen: 'Omdat ik altijd in deze stad ben, is Utrecht voor mij een levend wezen geworden. Geen nostalgisch bolwerk van herinneringen, maar één immens, tweeduizend jaar oud bewustzijn dat onder de diepste fundamenten huist. Een ziel die niet denkt in tijd'. Daarom bedacht hij een gedicht waarin al die historische zaken bij elkaar komen: 'voor Utrecht is het altijd nu' (p. 5). Op 25 juni noteerde hij dat het gedicht af was. Het begon als volgt:

Tot u spreekt de grijze dame met het opgebroken hart.

en de laatste regels zijn:

Uw handen onder tafel tellen goud of slijpen messen,
mengen gif in bekers en betoog - dat iets of iemand valt
is zeker, van een voetstuk of omhoog. Ik ben van porselein
onder uw handen, maar u komt en gaat; ik tel uw dagen,
uw gebeente zal de wegen van de toekomst dragen. Ik
wens u wijsheid tot de tijd ook deze raad met stomheid slaat

(Alle goeds, p. 153)

Op donderdag 28 juni 2001 las hij het gedicht ('Maiden-speech') voor in de gemeenteraad: 'goede reacties gekregen ondanks de toch niet lichte toon'. Heytze schreef gedichten over het 'Museumkwartier':

gelukkig mocht ik even liggen
op het bankje in de hal

(p. 72)

Hij bezong de junkies als de 'parelduikers van Utrecht CS':

Wij dragen een zakdoek van zilverpapier.
Wij spelen met lepels en naalden voor God.
Ons bloed is een mengsel van water en vuur,
ons lichaam een zwerende kaart van genot.

(p. 73)

Hij schreef over de Museumnacht die hij deels zelf organiseerde, hij nam een gedicht van J.C. Bloem op en keek er op een andere manier naar waarna hij een 'Tweeluik sluis Bemuurde Weerd' publiceerde en hij schreef over Utrecht voor het Utrechts nieuwsblad:

Utrecht is een stad waar je niet weg kunt en niet blijven
om er stijlvol te vergrijzen tussen kroegen, kerken en paleizen,
aan vertwijfeling ten prooi. Utrecht is een gouden kooi.

(p. 158)

In 2008 werd door de gemeente Utrecht aan Heytze de C.C.S. Croneprijs toegekend, een prijs die bedoeld is voor personen die zich speciaal voor de stad hebben ingezet. Met de benoeming tot stadsdichter in 2009 -het jaar waarin hij de omvangrijke bundel Utrecht voor beginners. De Domstad in 127 gedichten publiceerde - werd zijn verbintenis met Utrecht ook een officiële functie. In 2011 liep zijn termijn als stadsdichter af en publiceerde hij de bundel Utrecht voor gevorderden. De Domstad in 49 nieuwe gedichten.