De gedichten van T. van Deel, 1969-heden

Recht onder de merels (1971)

Het gedicht 'Zonder omweg' uit de tweede bundel Recht onder de merels (1971) legt uit hoe lastig het is om vogels te determineren als je het niet meer dagelijks doet. Het voordeel van plaatjes is dat vogels daarop stil staan: 'je ziet ze echt'. Dit stilzetten gebeurt bij Van Deel vaak in zijn gedichten.

Buiten vliegt alles zonder naam.
Wie beter kijkt, herkent de tekening,
die blijft vast punt. Nu ik mijn ogen
in geen bos meer goed de kost geef,
zit ik dikwijls thuis te bladeren
in oude vogelboekjes.

(p. 11)

T. van Deel, Recht onder de merels (1971)
Recht onder de merels (1971)

T. van Deel, Recht onder de merels (1971)

T. van Deel, Klein diorama (1974)
Klein diorama (1974)

T. van Deel, Klein diorama (1974)

Klein Diorama (1974)

Familiebanden en ouder worden spelen ook een rol in het werk van T. van Deel. De bundel Klein Diorama (1974) bevat het gedicht 'Morgen zie ik je weer' , waarineen 'zij' stil zit te kijken naar alles wat zij al zo lang gezien heeft. Ook hier staat alles stil.

Het staat nog op haar plaats, er is nog
niets veranderd. Alleen de ramen al wat
vuiler. Kringen, lege glazen op mahonie-
hout. Alleen de tuin zo wild en vol
gegroei. Alleen geen vlees dat suddert
op het oliestel. Ja, Hij spaart ons en
Hij redt ons, Hij kent onze broze kracht.

(p. 12)

Achter de waterval (1986)

Van Deel is geen veelschrijver: Achter de waterval verscheen in 1986, twaalf jaar na zijn derde bundel. Wel bracht hij veel bibliofiele uitgaven uit van gedichten, soms in samenwerking met een beeldend kunstenaar. Opvallend is dat in de gedichten van Van Deel geen witregels of inspringingen voorkomen. De gedichten zijn compact als miniaturen. Soms gebruikt hij personificaties zoals voor de vlinder en de speld in 'Fabel'.

Bang om zich te bezeren
aan iets zo kleurig breekbaars
met ogen fijn dooraderd
volhardt de speld in staren
blijft stijf gesloten staan
als ik hier niet vandaan raak
grijpt het ons beiden aan.

(p. 16)

In 'Aquarium' verhardt het 'water zich tot glas' ook hierin wordt beweging stilstand.

Twee slakjes slijmen langs de wand,
ik ben een vis, snak naar het droge
dat deze kooi doodstil omspant.

(p. 26)

Van Deel schreef ook gedichten met mythologische, Griekse invloeden zoals in deze bundel het gedicht 'Kouros'.

Hij was bedoeld uit marmer op te staan
(p. 14)

T. van Deel, Achter de waterval (1986)
Achter de waterval (1986)

T. van Deel, Achter de waterval (1986)

T. van Deel, Fabel (1974)
Fabel (1974)

Fragment uit T. van Deel, Fabel (1974)

T. van Deel, Nu het nog licht is (1998)
Nu het nog licht is (1998)

T. van Deel, Nu het nog licht is (1998)

Nu het nog licht is (1998)

In de bundel Nu het nog licht is (1998) staan onder meer gedichten over Mondriaan, de trap en schildpadjes.De dichterdeinst er niet voor terug om de straat en het weiland met elkaar te vergelijken in het gedicht 'Etalage'.

Ook een straat of een weiland is een
etalage waarin getoond wordt de wereld
aan wat zij aanbiedt: mensen die haastig
en onvervuld passeren; koeien, bedaard
en vol room het uitzicht stofferend. Alles
vormt een tentoonstelling van gebaren
tegen scherpe prijzen te koop, want niets
zo verwisselbaar als het unieke.

(p. 14)

In 1985 schreef Tom van Deel een inleiding voor de catalogus Nederlandse literatuur in de marge, die verscheen bij een tentoonstelling in de Koninklijke Bibliotheek ter gelegenheid van het tienjarig bestaan van de Stichting Drukwerk in de Marge. De stichting verenigde 'private presses', kleine uitgevers en hobbydrukkers, die veelal in kleine oplagen bijzondere boekjes maakten. Voor de tentoonstelling koos Van Deel 200 van hun uitgaven, niet vanwege de bijzonderheid, maar vanwege hun inhoud: 'Ik heb drukwerk bijeen willen brengen dat op verschillende manieren bijdraagt aan de Nederlandse literatuur of literatuurgeschiedenis.' Veel van de uitgaven bevatten eerste drukken van gedichten of prozateksten, sommige waren heruitgaven van vergeten teksten. Sindsdien is Van Deel betrokken gebleven bij de marginale drukkers. Nieuwe gedichten verschenen in uitgaven van Ser J.L. Prop, zoals Grieks (2003), Ogenblik (2005) en Kijk kindje kijk (2007). De gedichten in deze bibliofiele uitgaven werden herdrukt in de bundel Boven de koude steen (2007).

T. van Deel, Grieks (2003)
Grieks (2003)

T. van Deel, Grieks (2003)

T. van Deel, Ogenblik (2005)
Ogenblik (2005)

T. van Deel, Ogenblik (2005)

T. van Deel, Kijk kindje kijk (2007)
Kijk kindje kijk (2007)

T. van Deel, Kijk kindje kijk (2007)

T. van Deel, Boven de koude steen (2007)
Boven de koude steen (2007)

T. van Deel, Boven de koude steen (2007)

Boven de koude steen (2007)

Het omslag van deze bundel is ontworpen door Brigitte Slangen met gebruikmaking van een schilderij van Jac. van Looy, 'De tuin'. Meer nog dan met drukkers in de marge is Van Deels werk verbonden met dat van schilders en tekenaars. Aan Van Looys werk refereert hij in deze bundel in twee gedichten: 'Jac. van Looy, De tuin (1893)' en 'Jac. van Looy, Zomerweelde (ca. 1900)'. Andere gedichten gaan terug op een schilderij van Charlotte Mutsaers, een ets van Wim van der Meij of een drinkschaal in het Allard Pierson Museum. De bundel is opgedragen aan de nagedachtenis van Reinold Kuipers (1914-2005), dichter, maar vooral uitgever bij Querido van 1960 tot 1979.

Marjoleine de Vos,Oudjaar en T. van Deel, Skala (2008)
Oudjaar/Scala (2008)

Marjoleine de Vos,Oudjaar en T. van Deel, Skala (2008)

T. van Deel, In de wind (2010)
In de wind (2010)

T. van Deel, In de wind (2010)

T. van Deel, Vervlogen (2010)
Vervlogen (2010)

T. van Deel, Vervlogen (2010)

T. van Deel, Aquarium (een collage) (2011)
Aquarium (een collage) (2011)

T. van Deel, Aquarium (een collage) (2011)

Marjoleine de Vos,Oudjaar en T. van Deel, Skala (2008)

Bij de jaarwisseling 2008-2009 liet het bestuur van de Nederlandsche Vereeniging voor Druk- en Boekkunst een plaquette drukken met twee gedichten: een door Van Deel, en een door zijn echtgenote Marjoleine de Vos. Het gedicht 'Skala' van Van Deel gaat over 'onszelf en wat ons veel te groot is' en via geloof en rituelen komt het gedicht bij het waardevolle dat is besloten in 'herhaling en gebruik':

Wij luisterden naar
het geklots van golven
tegen de kade - eeuwig
gezang, nu en altijd

(p. [4])

In de wind (2010)

Doortje de Vries van de Eikeldoorpers drukte in 2010 een uitgave met een prent van haarzelf en met een gedicht van Van Deel: In de wind. Ook dit gaat over het vak van de dichter. Men schrijft op zand en zelfs op water, zegt hij, maar meestal op een blad:

het blad dat door de jaren heen
en weer bewoog om altijd in
een wind, als nieuw en hoog,
het leven wetend te verdragen.

(p. [1])

Vervlogen (2010)

Voor de uitgave van het gedicht Vervlogen (2010) werd samengewerkt met de kunstenaar Jeroen Henneman, wiens tekening in de uitgave in offset gereproduceerd werd.

Ik zag van een vlinder de schaduw
die over mijn vloerkleed bewoog -
Zo beeldt leven zich in duister af
tegen het licht; onwetend wat het
voorstelt vervliegt het tot gedicht.

(p. [5])

Het waarnemen van een dergelijke schaduw, in dit geval van een vlinder, verwijst uiteraard naar de filosofie van Plato, volgens welke wij als het ware in een grot leven met de rug naar het licht en we zien op de muur alleen een afschaduwing van de realiteit, die onkenbaar is. Het subtiele van dit gedicht zit hem in de laatste regel, waarin dat wat vervluchtigt een vaste vorm aanneemt: het gedicht.

Aquarium (een collage) (2011)

Een heel ander gedicht, ook gepubliceerd door Ser J.L. Prop, is Aquarium (een collage) uit oktober 2011. Het gedicht lijkt te bestaan uit citaten uit een tijdschrift of een nieuwsbrief over 'het Nederlands Zoetwateraquarium', met regels als:

Voor het aquarium is goede lichtvalling nodig.

en:

Waak vooral tegen overbevolking.