De Joodsche jeugdkrant Betsalel
Jaar:
(1928 - 1935)
Hoofdredactie/Eindredactie:
M. de Hond
Uitgever/Directeur :
Leo Calff
Genre:

Ook de Joodse 'zuil' kende een eigen jeugdblad (genoemd naar Bezalel, die op zijn dertiende bouwmeester was van de tabernakel voor Mozes), met gedichten, raadsels, taallessen in het Hebreeuws, stukken over Joodse gebruiken en geschiedenis, verhaaltjes en vervolgverhalen zoals 'Het dagboek van Saar Piekhaar' door Clara Asscher-Pinkhof. Elk nummer bevat een kalender waarop staat aangegeven wanneer de 'Sjabbos' begint en eindigt. Er is veel correspondentie met lezers uit allerlei plaatsen: met Saartje Brillemans, Cato Cohen, Albert Lopes Cardozo en vele anderen. Helaas zijn niet de brieven van de kinderen afgedrukt, alleen de antwoorden. Wetend wat er met deze bevolkingsgroep is gebeurd, wordt vooral dit onderdeel tot een schrijnend tijdsdocument. De actuele politiek (Hitler werd op 30 januari 1933 rijkskanselier) komt niet in het blad naar voren, maar de dreiging gaat niet aan de lezers voorbij. Aan het slot van deze vijfde jaargang zegt de leraar van de leesles: 'we leven in een zwaren tijd, mijn kinderen. De Joodsche geschiedenis heeft weer donkere bladzijden, heele donkere. Wij lijden weer, omdat wij Joden zijn.' (JK)

Aanvragen

Jrg. 5, nr. 1, 1 nisan 5692, 7 april 1932

Jrg. 5, nr. 1, 1 nisan 5692, 7 april 1932