Het Weekblad Zonder Tytel

Jaar:
1801
Uitgeverij:
J. Hofhout en zoon

Een blad zonder titel. Kan het bescheidener? Dit Rotterdamse tijdschriftje wilde zich dan ook niet wijden aan de heftige thema's van het Napoleontisch tijdsgewricht: oorlog en staatkunde. Integendeel: 'Wy zullen ons met de kunst, inzonderheid met de litteratuur bezighouden.' Het blad verscheen anoniem; waarschijnlijk werd het volgeschreven door de jonge dichter Hendrik Tollens. De benaming was ook gewiekst: 'Indien wy slechts in den beginne een redelyk aantal koopers aantreffen, die door het zonderlinge van ons opschrift nieuwsgierig geworden zynde, hetzelve doorlezen of doorloopen, dan durven wy voor het aanhoudend goed vertier van ons blaadje byna instaan; men koopt het derde en vierde nummer, wyl men het eerste en tweede bezit.' Er kwam weinig van terecht. Het blaadje hield het zes nummers vol, schreef braaf over pas verschenen poëziebundels, recenseerde toneelstukken en vergeleek quasi-kritisch de verschillende vertalingen van Franse en Duitse treurspelen. Kleine dichtstukjes moesten de lectuur veraangenamen. Maar het publiek had er geen anderhalve stuiver voor over. (JB)

Aanvragen