Hoe schoner hoe beter

Hygiënemaatregelen in 1914

Hoe Nederlandse medici een tyfusepidemie te lijf gaan

De strijd tegen epidemieën is van alle tijden en alle streken. Door de medische en sociaaleconomische ontwikkelingen van de laatste 150 jaar zijn we dit in West-Europa een beetje vergeten. Nu we sinds lange tijd weer door een moeilijk bedwingbare besmettelijke ziekte bedreigd worden, kijken we ook weer terug naar epidemieën van vroeger: de pest, cholera, tuberculose, tyfus, enzovoorts. Hoe ging dat toen? In de collectie van de KB zijn hierover talloze verhalen te vinden. Bijzonder aan het onderstaande verhaal zijn de foto’s die erbij horen.

Duizenden mensen sterven

Onder leiding van de arts Arius van Tienhoven werkt in 1914 een Nederlands medisch team in de Servische stad Valjevo. Zij behandelen gewonden afkomstig van het Servische front waar, als onderdeel van de Eerste Wereldoorlog, de Oostenrijkers tegen de Serven vechten. Als gevolg van het aanhoudende oorlogsgeweld en gruweldaden tegen de bevolking slaan tienduizenden burgers op de vlucht. Door provisorische behuizing, overbevolking, slechte hygiënische omstandigheden en verzwakking door tekort aan voedsel breekt eind 1914 een vlektyfusepidemie uit. Duizenden mensen sterven.

Vluchtelingen in Valjevo, eind 1914.

Vluchtelingen in Valjevo, eind 1914.

De doden van de tyfusepidemie worden provisorisch begraven op het kerkhof van Valjevo.

De doden van de tyfusepidemie worden provisorisch begraven op het kerkhof van Valjevo.

Vervuilde en verzwakte patiënt in het ziekenhuis te Valjevo

Vervuilde en verzwakte patiënt in het ziekenhuis te Valjevo

Het reinigen van het ziekenhuismeubilair

Het reinigen van het ziekenhuismeubilair

Vlektyfus is een besmettelijke infectieziekte die de vitale organen van het lichaam aantast. Het was tot ver in de 20e eeuw een veelvoorkomende en gevaarlijke ziekte. Een treurig gegeven is dat ook Anne Frank en haar zus Margot in 1945 in het kamp Bergen-Belsen waarschijnlijk aan vlektyfus overleden zijn. De epidemologische omstandigheden zijn vergelijkbaar: overbevolking, slechte hygiënische omstandigheden en verzwakking door honger. De ziekte komt nog steeds regelmatig voor in vluchtelingenkampen en bij daklozen.

Hygiënemaatregelen

Pas in 1909 ontdekt de Franse arts Charles Nicolle dat de ziekte van mens op mens wordt overgebracht door klerenluizen. (In 1928 zal hij voor deze ontdekking een Nobelprijs ontvangen). Een vaccin is er in 1914 nog niet, dat wordt pas in 1930 ontwikkeld. Wie al ziek is kan dus niet behandeld worden, en moet maar hopen dat ie het overleeft. Maar tegen de verdere verspreiding van de ziekte door luizen kan wat gedaan worden: hygiënemaatregelen. De kennis daarover heeft zich in de jaren daarvoor snel ontwikkeld in de medische stand.

Het Nederlandse team dat in Valjevo in een schoolgebouw een eigen ziekenhuis drijft, begint direct met grootschalig en systematisch ontsmetten. De ziekenhuisbedden worden naar buiten gesleept en met kamferspiritus gereinigd. Ook de vloeren en de plinten van het gebouw en alle mogelijke plekken waar de luizen zich kunnen ophouden worden hiermee gesopt. Het beddengoed wordt in een stoomketel gedesinfecteerd, en de patiënten van het ziekenhuis worden kaalgeschoren, chemisch ontluisd en in schone ziekenhuiskleding gestoken.

Beddengoed en kleding worden met behulp van stoom gesteriliseerd in een grote ketel door de Nederlandse verpleger Hencken en drie Servische militairen.

Verpleegkundige Jacoba de Groote hangt de gesteriliseerde was in de zon te drogen.

Het ontluizen van de patiënten.

Verpleger Hencken op zijn ziekbed.

Maar het is een gevecht tegen de bierkaai. Één voor één raken ook de verplegers en artsen besmet. Verpleger Hencken overlijdt aan de ziekte. Arts Arius van Tienhoven overleeft ternauwernood en keert, ernstig verzwakt en vermagerd, begin 1915 met zijn team terug naar Nederland. Pas na hun vertrek komt de epidemie onder controle als alle tyfuslijders geconcentreerd worden in speciale ziekenhuizen, een vorm van quarantaine dus.