Alba amicorum van vrouwen

Uit de late zestiende en de vroege zeventiende eeuw is een (nog steeds groeiende) groep alba met vrouwelijke bezitters bekend. Deze bronnen lichten een tipje van de sluier op over het bestaan van vrouwen – een onderwerp waar de geschiedenis vaak over zwijgt.

Hoewel mannen- en vrouwenalba niet strikt van elkaar gescheiden waren, heeft het vrouwenalbum een specifiek karakter. Vrouwenalba laten meestal een mengeling zien van liederen en gedichten. Die worden afgewisseld met bladen waarop schrijvers (inscribenten) zich beperken tot hun devies, hun naam, het jaar en eventueel een klein bloempje, hartje of een ander teken. Hierbij zijn ze zuinig met papier. Er zijn alba waar op één bladzijde soms wel twaalf van zulke 'minimale inscripties' zijn te vinden. In de achttiende eeuw neemt het aantal vrouwenalba toe, tot het genre in de negentiende eeuw steeds meer de vorm aanneemt van het ons bekende ‘poesiealbum’.

Hoe de afzonderlijke boekjes precies werden gebruikt, blijft een raadsel: men vermeldt zelden of nooit wáár een bijdrage werd neergeschreven.