Zoektocht naar de ziel

Hoewel het lastig is de ziel in woorden te vangen, komt zij vaak voor in het dagelijks taalgebruik. Denk aan uitdrukkingen als ‘op de ziel getrapt zijn’ en ‘een oude ziel hebben’. Steeds vaker is de ziel onderwerp van gesprek, stelt Hermsen. Ze onderzoekt wat tegenwoordig de betekenis is van de ziel.

Hermsen meent dat de ziel ongrijpbaar en onzegbaar is en niet door middel van empirisch-wetenschappelijk onderzoek begrepen kan worden. In plaats daarvan wil zij de ziel benaderen door ervaringen op te zoeken die ermee verbonden zijn. Ook staat zij stil bij wat grote filosofen en auteurs schreven over de ziel. In Windstilte van de ziel (2010) (inzien in de KB) beschrijft Hermsen in fragmenten deze zoektocht naar de ziel. Hieronder acht van haar belangrijkste bevindingen.

Vera de Kok, Portret van Bert Keizer, 25 oktober 2014 (Bron: Wikimedia Commons)
Vera de Kok, Portret van Bert Keizer, 25 oktober 2014 (Bron: Wikimedia Commons)

Vera de Kok, Portret van Bert Keizer, 25 oktober 2014 (Bron: Wikimedia Commons)

Bert Keizer, Waar blijft de ziel? (2012)
Bert Keizer, Waar blijft de ziel? (2012)

Bert Keizer, Waar blijft de ziel? (2012)

Bert Keizer, Waar blijft de ziel? (2012)
Bert Keizer, Waar blijft de ziel? (2012)

Bert Keizer, Waar blijft de ziel? (2012)

Moritz Nähr, portret van Ludwig Wittgenstein (1 januari 1930) (Bron: Wikimedia Commons)
Moritz Nähr, portret van Ludwig Wittgenstein (1 januari 1930) (Bron: Wikimedia Commons)

Moritz Nähr, portret van Ludwig Wittgenstein (1 januari 1930) (Bron: Wikimedia Commons)

4. De paradox van de ziel

Als vierde punt omschrijft Hermsen een drietal paradoxale kenmerken van de ziel. Ten eerste is de ziel volgens haar lichamelijk noch geestelijk. Ze ziet de ziel als een transgressieve beweging van buiten naar binnen. Ten tweede is er, hoewel stilte en rust een louterend effect op de ziel hebben, tegelijkertijd beweging nodig om bij de ziel te komen. Hermsen heeft, geïnspireerd door bedevaarttochten, meerdere wandeltochten gemaakt om tijdens die tochten na te denken over de ziel. Ook maakt de ziel zélf een beweging in het verbinden van tegenpolen als lichaam/geest en universeel/particulier.

Als derde paradoxaal kenmerk ziet Hermsen in het verenigen van tegenpolen een gelijkenis tussen de ziel en een oxymoron. Een oxymoron is een stijlfiguur waarbij in een woord twee woorden met een tegengestelde betekenis zijn gecombineerd. Zo vormen ‘vol’ en ‘ledig’ samen het woord ‘volledig’. Op dezelfde wijze, zegt Hermsen, neemt de ziel tegengestelden in zich op en vormt het de middenweg tussen bijvoorbeeld het ik en het zelf en tussen het ik en de wereld (Kairos, p. 242).

Joke Hermsen, Windstilte van de ziel (2010)

Joke Hermsen, Windstilte van de ziel (2010)