Zorg voor de gezondheid en zorgen over de gezondheidszorg

Een goede gezondheid draagt bij aan levensvreugde. Daarom staat gezondheid zo hoog in het vaandel. Maar is de norm van gezondheid wel zo vanzelfsprekend? Betekent gezondheid automatisch geluk? En hoe kan de zorg het beste geregeld worden?

Hans Achterhuis heeft zich in zijn carrière meerdere malen beziggehouden met dit thema.

Hippocrates (gravure)
Hippocrates (gravure)

Hippocrates (gravure) [Bron: Wiki Commons]

Het ideaal van gezond-zijn brengt vele problemen met zich mee en het idee dat gezondheid en geluk altijd in elkaars verlengde liggen blijkt in de praktijk lang niet altijd juist te zijn. Door middel van historisch en sociologisch onderzoek probeert Achterhuis daarnaast door te dringen tot de paradoxen die aan de basis liggen van de gezondheidszorg in Nederland.

Het ideaal van gezondheid

Zonder een goede gezondheid kan de mens niet gelukkig zijn. Dit stellen Socrates en Plato. Geïnspireerd door de vader van de geneeskunde, Hippocrates, vonden zij dat we leefregels moeten volgen die een gezond lichaam en een gezonde ziel bevorderen. Dit kan bijvoorbeeld door een goed dieet te volgen, regelmatig te sporten en overmatige consumptie en bepaald gedrag te vermijden. Je wordt ziek of zwak zodra je dit patroon niet volgt. En daar word je ongelukkig van.

Deze richtlijnen klinken nu nog steeds heel logisch. Als je gezond bent, kan je beter functioneren, je kan gaan en staan waar je wilt en een langer leven leiden. Gezondheid is zo vaak een voorwaarde voor andere dingen, zoals het behouden van een baan en het invullen van je vrijetijd. Op sociale media wordt het hebben van een fit lichaam zelfs als het toppunt van een succesvol leven gepresenteerd. Iets dat iedereen zou moeten willen. Maar is deze norm van gezondheid wel zo vanzelfsprekend?

Marli Huijer, Op haar recept (1994)
Marli Huijer, Op haar recept (1994)

Marli Huijer, Op haar recept: vrouwen in debat over gezondheidszorg (1994)

Portret van Marli Huijer, door Bert Nienhuis
Marli Huijer (Foto © Bert Nienhuis)

Marli Huijer (Foto © Bert Nienhuis)

Het gezondheidsbeleid van de overheid

Desondanks hanteert de overheid vaak dezelfde standaarden voor iedereen. In het boek Utopia (1516) van Thomas More wordt dit duidelijk weergegeven. Zo schrijft More dat een ‘ongestoorde gezondheid het allervoornaamste genot’ is, omdat men ‘zonder gezondheid […] van niets meer vrijuit […] kan genieten’ (in Over het reizen van de Utopianen). Gezondheid wordt hier gepresenteerd als de voorwaarde om gelukkig te kunnen zijn en van het leven te kunnen genieten. Daarom moeten de Utopiërs niet overmatig eten en drinken. Dit geldt voor iedereen. In Utopia wordt hier via maatschappelijke maatregelen voor gezorgd. Met name sociale controle en voorschriften van de staat over wat genot is en wat niet, dwingen burgers om gezond te leven.

Thomas More, portret door Hans Holbein de Jonge (1527) [Bron: [Wiki Commons](https://nl.wikipedia.org/wiki/Thomas_More#/media/File:Hans_Holbein_d._J._065.jpg)]
Thomas More (portret door Hans Holbein de Jonge, 1527)

Thomas More, portret door Hans Holbein de Jonge (1527) [Bron: Wiki Commons]

Thomas More, Utopia (2016)
Thomas More, Utopia (2016)

Thomas More, Utopia (2016)

Ook in de huidige Nederlandse samenleving wil de overheid burgers tegen zichzelf beschermen. Dit noemt Achterhuis de sociale utopie. Een voorbeeld hiervan is het rookverbod in cafés of het verbieden van bepaalde voedingswaren. Volgens Achterhuis vertonen dit soort maatregelen utopische en daarom totalitaire trekken. De staat bepaalt wat goed is voor haar burgers. In feite hebben ze geen keus dan dat ze naar deze maatstaven leven.

Paradoxen van de gezondheidszorg

Achterhuis plaatst het zorgbeleid in Nederland in het kader van het utopisch denken. Zoals de samenleving als geheel maakbaar en veranderbaar is, zo is de mens in die samenleving dat ook. We kunnen de mens vormgeven naar onze idealen en zo zal hij gelukkig worden. Het blijkt daarentegen in de praktijk anders te werken. Daar waar mensen gezondheid vaak als hoogste goed aangeven, eten diezelfde mensen vaak te veel, te vet, en roken en drinken ze meer dan goed voor ze is. Hoe kan dat?

Hans Achterhuis, Arbeid, een eigenaardig medicijn (1984)
Hans Achterhuis, Arbeid, een eigenaardig medicijn (1984)

Hans Achterhuis, Arbeid, een eigenaardig medicijn (1984)

Hannah Arendt, *De menselijke conditie* (2017)
Hannah Arendt, De menselijke conditie (2017)

Hannah Arendt, De menselijke conditie (2017)

In Arbeid, een eigenaardig medicijn (1984) legt Achterhuis uit waarom we het belang van zorg vaak niet inzien. Hij legt dit uit aan de hand van het onderscheid dat de Joods-Duitse filosofe Hannah Arendt maakt tussen arbeid en werk. In De menselijke conditie (1958) schrijft Arendt dat arbeid een noodzaak is: je doet aan arbeid om in je levensonderhoud te voorzien. Dit is een eindeloze taak omdat je arbeid moet blijven verrichten zolang in leven bent. Een voorbeeld van arbeid is kleding wassen. Dit moet continu weer opnieuw gebeuren. Werken, daarentegen, is afgesloten zodra het eindproduct klaar is. Achterhuis noemt het voorbeeld van een muurtje metselen. Dit werk is klaar wanneer de laatste steen gelegd is. Zorg is een vorm van arbeid omdat zorg nooit klaar is. Omdat arbeid en zorg vaak geen concreet, visueel resultaat opleveren en ze keer op keer opnieuw gedaan moeten worden, worden deze meestal minder gewaardeerd.

Arendt noemt het voorbeeld van de mythe van de Augiasstal om dit laatste te verduidelijken. De Griekse held Herakles kreeg van zijn koning opdracht om twaalf moeilijke werken uit te voeren. De vijfde taak was het uitmesten van de beroemde Augiasstal. Deze stal werd door 3.000 runderen bewoond en was in geen dertig jaar schoongemaakt. Herakles verzon een bewateringssysteem om de mest en stank in één klap op te ruimen. Volgens Arendt wordt een unieke heldendaad zoals die van Herakles meestal meer bewonderd dan langdurige arbeid. Een enkele ingreep kan echter nooit het belang van continue arbeid om het leven gaande te houden vervangen.

'Herakles maakt de Augiasstal schoon door de rivieren Alpheus en Peneus terug te brengen' (mozaïek, 201-250 n. Chr.), Nationaal Archeologisch Museum, Madrid (Foto door Luis García) [Bron: [Wiki Commons](https://nl.wikipedia.org/wiki/Augias#/media/File:Mosaico_Trabajos_H%C3%A9rcules_(M.A.N._Madrid)_05.jpg)]
Herakles maakt de Augiasstal schoon door de rivieren Alpheus en Peneus terug te brengen (201-250 n. Chr.)

'Herakles maakt de Augiasstal schoon door de rivieren Alpheus en Peneus terug te brengen' (mozaïek, 201-250 n. Chr.), Nationaal Archeologisch Museum, Madrid (Foto door Luis García) [Bron: Wiki Commons]

De Grieken en Romeinen plaatsten werken dus boven arbeid zoals zorg. In het christendom is dit juist omgekeerd: barmhartigheid en naastenliefde worden door de leer van Jezus benadrukt. Dit is goed te zien in het verhaal van Maria en Martha, de zussen van Lazarus. Terwijl Martha bij de komst van Jezus hem bijstaat in alle aardse behoeftes zoals eten en drinken, zit Maria aandachtig aan zijn voeten te luisteren. Hierop zegt Jezus tegen Martha: ‘Je bekommert je om vele dingen, maar weinig zijn er nodig – of zelfs maar één. Maria heeft de juiste gekozen, en dat zal haar niet afgenomen worden’ (De Bijbel, Lukas 10:41-42). Met deze passage wordt bedoeld dat zorg en liefde op meerdere manieren geuit kunnen worden maar dat het beter is om de geestelijke weg te volgen.

Henryk Siemiradzki, 'Christus met Maria en Martha' (1886) [Bron: [Wiki Commons](https://upload.wikimedia.org/wikipedia/commons/e/ed/Semiradsky_Christ_Martha_Maria.jpg)]

Henryk Siemiradzki, 'Christus met Maria en Martha' (1886) [Bron: Wiki Commons]

Het mechaniek van de welzijnssector

Vanuit verschillende perspectieven wordt er dus een directe relatie tussen zorg en een gelukkig leven gelegd. Daarentegen stelt Achterhuis dat de structuur van de welzijnssector zelf het geluk van veel mensen ondermijnt. In De markt van welzijn en geluk (1973) bekritiseert hij het welzijnsbeleid van zijn tijd. De enorme groei van de welzijnswerksector heeft ervoor gezorgd dat veel meer mensen in toenemende mate afhankelijk werden van hun verzorgers. De welzijnssector wordt namelijk als een nieuwe markt benaderd waarin gehandeld wordt in welzijn. Welzijn is een product geworden dat door ‘bedrijfsmatig denken’ in een welzijnsmarketing wordt gebruikt. De patiënt is daarbij de consument die een bepaalde dienst nodig heeft. De welzijnssector gedraagt zich als een bedrijf met medewerkers voor wie klanten een bron van inkomsten zijn. Hoe meer klanten, hoe meer inkomsten. Hierdoor is niet de vraag die het aanbod in welzijnswerk bepaalt maar andersom. De welzijnssector wil meer klanten trekken en vasthouden om meer inkomsten te genereren.

Hans Achterhuis, De markt van welzijn en geluk (1983)
Hans Achterhuis, De markt van welzijn en geluk (1983)

Hans Achterhuis, De markt van welzijn en geluk (1983)

Hans Achterhuis, De markt van welzijn en geluk (1983)
Hans Achterhuis, De markt van welzijn en geluk (1983)

Hans Achterhuis, De markt van welzijn en geluk (1983)

De afhankelijkheid die dit creëert houdt een mechanisme van macht in stand. Welzijnswerkers worden onmisbaar voor de patiënt. Omdat professionele werkers de zorg van de mensen zelf in toenemende mate overnemen, hoeven patiënten niet voor zichzelf te zorgen. Dit klinkt goed maar het neemt de eigen verantwoordelijkheid voor je gezondheid weg en plaatst die bij een ander. De tegenstelling tussen welzijnswerker/producent en patiënt/consument kan alleen verdwijnen als onafhankelijkheid wordt gestimuleerd en de sector zo kleiner wordt.

Deze opvattingen veroorzaakten veel controverse, met name van de kant van welzijnswerkers. Is het werk dat zij doen echt zo schadelijk? In eerste instantie helpen zij juist mensen die het nodig hebben. Achterhuis zegt niet dat zorgen voor een ander op zichzelf slecht is. Het wordt alleen een probleem wanneer diegene afhankelijk wordt van zorg die door marktprincipes wordt bepaald. Zorg is niet een goed waarin we moeten handelen. Het is een menselijke basisbehoefte die op principes van solidariteit moet rusten.