Het Gruuthuse-handschrift, een van de belangrijkste bronnen voor de middeleeuwse cultuur van het Nederlandse taalgebied, is aangekocht door de Koninklijke Bibliotheek te Den Haag. Het handschrift dat zijn naam dankt aan Lodewijk van Gruuthuse, heer van Brugge (ca. 1422-1492) die het in het midden van de vijftiende eeuw in bezit had, was tot op heden in particulier bezit en nauwelijks beschikbaar voor onderzoek. Nu is het in een openbare collectie opgenomen en op 1 maart 2007 komt het voor iedereen beschikbaar via een uitgebreide elektronische presentatie op de website van de KB. Het handschrift zal door het Huygens Instituut van de Koninklijke Nederlandse Akademie van Wetenschappen dat jaren geleden al een Gruuthuse-project startte, worden uitgegeven in een elektronische en een papieren versie. Zie ook deze pagina op de website van het Huygens Instituut.

Inhoud

In het hart van het Gruuthuse-handschrift, tussen een zevental berijmde gebeden (deel I) en een deel met achttien gedichten (deel III), bevindt zich een bijzondere verzameling van bijna 150 liederen (deel II). Op een paar na zijn het allemaal wereldlijke liederen, voor het grootste deel liefdesliederen. Dit liedboek, waarin bij elke tekst een melodie is genoteerd, kent in onze cultuurgeschiedenis zijn weerga niet: het is, kort en goed, de grootste en de oudste collectie met dit genre uit de middeleeuwse Lage Landen.

Liederen

De liederen uit het Gruuthuse-handschrift zijn voor het grootste deel liefdesliederen. Maar ook zijn er die gaan over geldgebrek, over drinken, zingen en musiceren. Vaak spreekt uit deze liedjes tegelijkertijd ook een grote verering van Maria, de Moeder van God. Iets wat ook zichtbaar is in de gebeden uit het eerste deel waar het “Salve Regina” en het “Ave Maria” gevonden worden.  In de liefdesliederen komen alle schakeringen van de liefde voor: de adoratie, de liefdesmijmering, het verlangen, de hoop, het smeken om wederliefde, enzovoort. Bijna alle liederen zijn geschreven vanuit het perspectief van de man, de minnaar. Soms is in het lied de naam van de aanbedene verstopt in de eerste letters van de versregels, in een acrostichon. Zo kunnen we in lied 2 de naam “Mergriete” lezen.

Muziek

Boven elk lied is in zogenaamde “streepjesnotatie” de melodie genoteerd waarop het gezongen werd. Hierdoor is het Gruuthuse-handschrift voor musicologen buitengewoon belangrijk. Het is alleen niet zo eenvoudig om de tekst van het lied en de melodie bij elkaar te brengen. De noten staan niet boven de tekst, zoals we nu gewend zijn. Het vergt veel musicologisch vernuft om een zingbaar lied te krijgen. De liederen moeten echt gereconstrueerd worden. Musicologe Ike de Loos heeft een aantal reconstructies gemaakt die op de website door het ensemble Fala Música ten gehore gebracht worden. Eén ervan kunt u hier alvast beluisteren. Lied 42: So wie bi nachte gherne vliecht.

Beroemde liederen uit het Gruuthuse-handschrift als “Egidius, waar bestu bleven”, “Alouette” en het “Kerelslied” zijn eerder al door verschillende andere ensembles uitgevoerd. Van het Paul Rans Ensemble en van Camerata Trajectina zijn ook enkele liederen op de komende website te beluisteren. Marijke Ferguson bracht in 1977 met Studio Laren een LP uit met liedjes uit het Gruuthuse-handschrift. Hun versie van het Egidiuslied is hier te horen.

De dichters

Door middel van een acrostichon maakt één dichter zich tweemaal bekend. Jan van Hulst doet dat aan het einde van zijn bewerking van het “Salve Regina” en bij een gebed uit het derde deel. Aan een tweede dichter, Jan Moritoen, kan ook een gedicht uit het derde deel worden toegeschreven. Van deze Moritoen zijn geen andere dichterlijke of culturele activiteiten uit historische bronnen bekend. We weten dat hij tot het gilde van de lamwerkers, bontverwerkende ambachtslieden, behoorde en op latere leeftijd zitting had in het stadsbestuur van Brugge. Over Jan van Hulst als dichter weten we meer. Hij zou wel eens de stichter kunnen zijn geweest van de eerste rederijkerskamer van Brugge. In oude rekeningen van de stad wordt Jan van Hulst betaald voor optredens voor Filips de Stoute en Margaretha van Male en haar zoon Jan zonder Vrees.

Wetenschappelijk onderzoek

Het Gruuthuse-handschrift is een uniek document dat nog lang niet al zijn geheimen heeft prijsgegeven. Onbekend is nog wie het handschrift heeft laten schrijven en met welk doel dat is gebeurd. De grote zekerheid waarmee prof. Heeroma in de inleiding op zijn uitgave van het liedboek (1966) sprak over het levenswerk van één dichter: Jan Moritoen, ondervond indertijd grote kritiek. Moderne onderzoekers (Van Oostrom, Willaert, Brinkman) zijn er intussen wel van overtuigd dat het handschrift een grote samenhang vertoont. De toeschrijving van het liedboek aan Moritoen blijft echter onbewezen.
Een aantal liederen en gedichten kan in verband gebracht worden met Brugge: er is een gebed bij een pelgrimstocht vanuit Brugge naar Onze Lieve Vrouwe van Hulsterloo. Zie ook http://www.huygensinstituut.knaw.nl/gruuthuse.
Er is een gebed uit 1407 waarin een maquette van nieuwgebouwde stadspoorten een rol speelt en in de liederen is sprake van een Brugs gezelschap van vrienden. Maar veel is nog onzeker. Verder onderzoek zal meer opleveren, zeker nu het handschrift via moderne digitale middelen beschikbaar is.

Deze tekst is ontleend aan de inleiding van Herman Brinkman en Ike de Loos (Huygens Instituut, Den Haag) op de op 1 maart 2007 te presenteren website.

Literatuur

Over het Gruuthuse-handschrift is veel geschreven. Een selectie moet hier volstaan:

  • Andriessen, Pieter, ‘Die Blomkin van Brucghe’. In: Pieter Andriessen, Die van Muziken gheerne horen. Muziek in Brugge 1200-1800. Brugge, 2002, p. 93-117.
  • Biezen, J. van & K. Vellekoop, ‘Aspects of stroke notation in the Gruuthuse manuscript and other sources’. In: Tijdschrift van de Vereniging voor Nederlandse Muziekgeschiedenis 34 (1984), p. 3-25.
  • Bree, Fred de, ‘“Aloeette”: lied 125 van het Gruuthuse-handschrift’. In: T. van Dijk en R. Zemel (red.), Het is kermis hier: lezingen ter gelegenheid van het 75-jarig bestaan van Nederlands aan de Vrije Universiteit. Amsterdam [etc.], 1994, p. 57-63.
  • Brinkman, Herman, ‘“In graeu vindic al arebeit”. Biografische contouren van de Gruuthuse-dichter Jan Moritoen’, in: Queeste 9 (2002), p.1-18.  
  • Brinkman, Herman, ‘De Brugse pelgrims in het Gruuthuse-handschrift’, in: J.B. Oosterman (red.), Stad van koopmanschap en vrede. Literatuur in Brugge tussen Middeleeuwen en Rederijkerstijd, Leuven, 2005, p. 9-40.
  • C[arton, C.], Oudvlaemsche liederen en andere gedichten der XIVde en XVde eeuwen. Gent, [1848-1849].
  • Gerritsen, W.P. (ed.) & W. Wilmink (vert.), ‘Egidius, waar ben je gebleven / O mens, labiel en zwak, en broos’. In: Lyrische lente: liederen en gedichten uit het middeleeuwse Europa. Met transcripties van de melodieën door C. Vellekoop. Amsterdam, 2000, p. 181-257.  
  • Gerritsen, W.P., ‘Kritische kanttekeningen bij de inleiding tot Heeroma’s editie van het Gruuthuse-liedboek’. In: De nieuwe taalgids 62 (1969), p. 187-215.  
  • Heeroma, K., m.m.v. C.H.W. Lindenburg (ed.), Liederen en gedichten uit het Gruuthuse-handschrift. Eerste deel. Leiden, 1966.  
  • Komrij, G., De Nederlandse poëzie van de twaalfde tot en met de zestiende eeuw in duizend en enige bladzijden. Amsterdam, 1994.
  • Lemaire, C., ‘De bibliotheek van Lodewijk van Gruuthuse’. In: Vlaamse kunst op perkament. Handschrift en miniaturen te Brugge van de 12de tot de 16de eeuw. Brugge, 1981, p. 207-229.
  • Loos, Ike de, ‘Les chansons du manuscrit de Gruuthuse: notation musicale, pratique d’exécution et problèmes d’édition’. In: J.-M. Cauchies e.a. (red.), Poètes et musiciens dans l’espace bourguignon. Les artistes et leurs mécènes. Rencontres de Dordrecht (23 au 26 septembre 2004), Neuchâtel, 2005 (Publication du Centre Européen d’Études bourguignonnes (XIVe-XVIe s.), 45), p. 143-163. 
  • Oosterman, Johan, ‘Jan van Hulst, Gruuthuse-dichter’. In: Literatuur 9 (1992), p. 231-232. 
  • Oosterman, Johan B., ‘Pronkzucht en devotie. De overlevering van de gebeden in het Gruuthusehandschrift’. In: F. Willaert e.a., Een zoet akkoord. Middeleeuwse lyriek in de Lage Landen. Amsterdam, 1992 (NLCM, 7), 187-206, 378-386. 
  • Oostrom, F.P. van, ‘Heeroma, Gruuthuse en de grenzen van het vak’. In: Literatuur 5 (1988), p. 260-268 [herdr. in: F.P. van Oostrom, Aanvaard dit werk. Over Middelnederlandse auteurs en hun publiek. Amsterdam, 1992 (NLCM, XX), p. 237-251].
  • Reynaert, Joris, Laet ons voort vroylijc maken zanc. Opstellen over de lyriek in het Gruuthuse-handschrift. Gent, 1999 (Studia germanica gandensia, 46). 
  • Rierink, M., ‘De missing link: het Gruuthuseliedboek als schakel tussen het hoofse lied en rederijkerskunst’. In: H. Pleij e.a., Op belofte van profijt. Stadsliteratuur en burgermoraal in de Nederlandse letterkunde van de middeleeuwen. Amsterdam, 1991 (NLCM, 4), p. 135-150. 
  • Vellekoop, C., ‘“Beede ghenoot ende ooc ghescreven”. Reconstructie en uitvoeringspraktijk van liederen in het Gruuthusehandschrift’. In: F. Willaert e.a., Een zoet akkoord. Middeleeuwse lyriek in de Lage Landen. Amsterdam, 1992 (NLCM, 7), 136-153, 364-368.
  • Willaert, Frank, ‘Van luisterlied tot danslied. De hoofse lyriek in het Middelnederlands tot omstreeks 1300’. In: F. van Oostrom e.a., Grote lijnen. Syntheses over Middelnederlandse letterkunde. Amsterdam, 1995 (NLCM, XX), p. 65-82, 183-193. 
  • Willaert, Frank, ‘Melancholie doet mij zingen. Enkele aspecten van de poëtica van het Gruuthuse-liedboek’. In: Johan Oosterman (red.), Stad van koopmanschap en vrede. Literatuur in Brugge tussen Middeleeuwen en Rederijkerstijd. Leuven, 2005 (Antwerpse Studies over Nederlandse Literatuurgeschiedenis, 12), p. 41-57.

Liederen uit het Gruuthuse-handschrift zijn uitgebracht door:

  • Studio Laren o.l.v. Marijke Ferguson.
    Een schoon liedekens. Boeck [...] en liedjes uit het “Gruuthuse manuscript”

    Medewerkenden: Donald de Marcas, Philip Schuddeboom (zangstemmen), Marijke Ferguson, Coosje Wijzenbeek, Dieuwke Berkelaar, Hans Wesseling en Paul Leenhouts (instrumentalisten).
    1977. Constanter, 1-2 (VR 20498) (vinyl LP, 33 rpm). 
  • Camerata Trajectina:
    Pacxken van Minnen. Middeleeuwse Muziek uit de Nederlanden.
    Camerata Trajectina. Opgenomen in Utrecht, juli 1992.
    1992. Globe GLO 6016 (CD). 
  • Paul Rans Ensemble:
    Egidius waer bestu bleven. Gruuthuse Manuscript ca. 1380 – ca. 1390.
    Uitvoerenden: Paul Rans, Philippe Malfeyt, Piet Stryckers, Paul van Loey.
    1992. Eufoda 1170 (CD). 
  • Fala Música
    Fala Música, een ensemble voor laatmiddeleeuwse muziek onder leiding van Maurice van Lieshout, voor deze gelegenheid uitgebreid met de zangers Bram Verheijen en Paulien van der Werff, heeft in februari 2007 drie liederen opgenomen in een nieuwe transcriptie van Ike de Loos. Deze opnamen zullen vanaf 1 maart 2007 op de Gruuthuse-website voor het eerst te beluisteren zijn.