Het Gruuthusehandschrift

Gruuthuse is een middeleeuws handschrift met liederen en gebeden dat rond 1400 is ontstaan in Brugge. Een groep vrienden zingt over de maagd Maria, over de tere liefde, maar ook over dronkenschap en seks. Wonder boven wonder is het handschrift waarin dit alles is opgeschreven bewaard gebleven, compleet met noten voor de muziek.

Gruuthuse: het rijke Brugse leven

Het Gruuthusehandschrift is een verzameling liederen, gebeden en gedichten die tussen 1405 en 1410 zijn geschreven. Rond 1400 is Brugge een rijke wereldstad die bruist en borrelt van de handel, van muziek, van kunst en cultuur. Dat alles komen we tegen in de Gruuthuseliederen. De meeste teksten kennen we uit geen enkele andere bron. Dat maakt dit handschrift uniek en een grote inspiratiebron voor onderzoekers naar de vroege Nederlandstalige literatuur.

Gruuthusehandschrift

Het Gruuthusehandschrift met het wapen van Gruuthuse

Hoe het Gruuthusehandschrift is ontstaan

Van middeleeuwse handschriften is de preciese herkomst meestal onbekend. Dat geldt ook voor dit handschrift. Onderzoekers denken dat het handschrift niet het werk is van één dichter, maar dat het de neerslag is van wat een hele groep dichters en muzikanten heeft gemaakt.

Gruuthuse, Egidiuslied

Begin van het Egidiuslied, fol. 28

In het bekendste lied uit de bundel heeft de hoofdpersoon verdriet om zijn vriend Egidius, die is overleden:

Egidius, waer bestu bleven?
Mi lanct na di, gheselle mijn.
Du coors die doot, du liets mi tleven.
Dat was gheselscap goet ende fijn,
Het sceen ten moeste ghestorven zijn
(…)
Nu bidt vor mi, ic moet noch sneven
Ende in de weerelt liden pijn.
Verware mijn stede di beneven:
Ic moet noch zinghen een liedekijn,
Nochtan moet emmer ghestorven sijn.
(II, 98)

Wat vrij vertaald zoiets betekent als:

Egidius, waar ben je gebleven? / Ik verlang naar jou, maat van me / Jij ging dood, je liet mij het leven / Ooit was het zo goed tussen jou en mij / maar jij moest sterven. /Nu bid voor mij. Ik moet in zonde verder leven / en pijn lijden in de wereld. / Houd een plaats voor me vrij naast je. / Ik moet nog een liedje zingen, / maar eens moet er toch gestorven worden.

Egidius is er niet meer. Hij ging zomaar dood. En zijn vriend moet blijven leven. Dáár is hij verdrietig over. Het besef dat Egidius naast zich een plaats voor hem vrijhoudt geeft de dichter niettemin troost.

Alles is liefde in Gruuthuse

Vier liefdesscènes. Detail van een ivoren dubbele kam uit Noord-Italië, ca. 1350. Londen, Victoria and Albert Museum, inv. 5607-1859.

Heel veel Gruuthuseliederen en gedichten gaan over de liefde. Soms is dit hooggestemde liefde die herinnert aan de hoofse liefde van wanhopige minnaars voor onbereikbare geliefden. Soms zijn de liefdesliederen zo direct dat ze werkelijke ontmoetingen tussen geliefden lijken te beschrijven. Dat is het geval in het volgende lied waarin de eerste letters van de regels samen de naam ‘Calle’ vormen, de meer alledaagse vorm van Katelijne:

C om haer te mi, mijns hertzen vrouwe,
A n dir so staen de zinnen mijn.
L iever wijf ic niewer scouwe.
L aet dir genoughen mijn jonstlijc pijn
E nde doet mir dienen troost anschijn)
(II,31

(Kom gauw, mijn Hartenjaagster, bij me, / Al mijn gevoelens zijn voor jou./ Lief, steeds de liefste, mijn geheime / Liefde-is–lijden, heb nooit berouw / En troost me zichtbaar, mijn Mevrouw! )

Christine de Pisan, L'Epistre d'Othea

Geliefden geven hun hart aan Venus die op een regenboog zit. Miniatuur uit Christine de Pisan, L’Epistre d’Othea, Auvergne(?), ca. 1450-1475. Den Haag, KB, KW 74 G 27, fol.11v.

Heel beroemd is het lied ‘Aloeette, voghel clein’. De minnaar vergelijkt zijn geliefde met de leeuwerik die zijn lied zingt om God te eren.

Aloeette, voghel clein,
dijn nature es zoet ende rein,
so es dijn edel zanc.
Daer dienstu met den here allein
te loven om sinen danc.
(II, 125)

(Leeuwerikje, kleine vogel, / lief en zuiver is je natuur, / net als je edele melodie / Daarmee dien je alleen de Heer, / als dankbare lof voor Hem.)

Jacob van Maerlant, Der naturen bloeme, leeuwerik

Miniatuur in Jacob van Maerlant, Der Naturen Bloeme, Vlaanderen, ca. 1350. KA 16, fol. 77.

Gruuthuseliederen over seks

In het Gruuthusehandschrift wordt ook de spot gedreven met seks zoals in het lied ‘Het soude een scamel mersenier’ (II, 27), waarin een jonge vrouw een marskramer om een speld in haar kokertje vraagt. Of het boertige lied over de kapelaan van Oedelem (II,17), die met een vrouw in bed betrapt wordt.

Een voorbeeld is ook het lied ‘Ic sach een scuerdeur open staen’(II, 86) waar de ik-figuur in een schuur Broeder Lollaert en Zuster Lute de liefde ziet bedrijven:

Mettien slopic ter duren in
Al achter eenen corentas
Daer hoordic dat dat zusterkijn
Den cokerduunschen zouter las
Beede laghen zi int vlas
De cueule die daer vpperst was
Die docht mi drauen als een paert
(II,86)

(Meteen sloop ik door de deur / achter een korenschoof. / Daar hoorde ik dat het zustertje / het ‘kokerduinse’ psalmboek las. / Ze lagen beiden in het vlas. / De broeder die daar het hoogste lag / leek mij te draven als een paard.)

Maria

Het dagelijks leven in middeleeuws Brugge wordt vooral bepaald door de katholieke kerk. Heiligenfeesten en processies (waaronder de beroemde Bloedprocessie) hebben hun vaste plaats op de kalender. Ambachtslieden vormen gilden en onderhouden in de kerk hun eigen altaren. Broederschappen stellen zich onder bescherming van een heilige die ze met een jaarlijkse bedevaart eren. Zo’n broederschap komt ook voor in het Gruuthusehandschrift, de broederschap van Onze -Lieve-Vrouwe-van Hulsterlo.

Getijdenboek van Philips van Bourgondië

De kroning van Maria. Miniatuur uit het Getijdenboek van Philips van Bourgondië. Den Haag, KB, KW 76 F 2, fol. 150r.

Maria neemt in het Gruuthusehandschrift een prominente plaats in. Zij wordt vergeleken met een roos en andere bloemen of met een van genade overvloeiende fontein. Zij is de pleitbezorgster, de middelares, voor de mens bij God, haar eigen zoon.

De belangrijkste Mariatekst in het handschrift is de kunstige bewerking van het Latijnse ‘Salve Regina’, dat nu heet: ‘Sonder smette saliche rose’ (I,5). De beginletters van dit 256 verzen tellende gebed vormen samen de tekst van het oorspronkelijke lied.

Gruuthusehandschrift, Salve regina

Begin van de bewerking door Jan van Hulst van het Latijnse ‘Salve Regina’ met een ingekleurde initiaal S. Gruuthusehandschrift, fol. 6r.

De muzieknoten

Spectaculair aan het Gruuthusehandschrift is de muzieknotatie. Tussen de liederen staat steeds muziek geschreven in de vorm van streepjes op vijf rode notenbalken. Deze streepjesnotaties lijken geheugensteuntjes voor de zangers van de liederen. Ze vormen geen complete notatie van de muziek. Lengte en duur van de noot zijn niet aangegeven. Ook maatstrepen zijn afwezig.

Doordat de muziek niet steeds boven de tekstregel staat, zoals we nu gewend zijn, is het moeilijk uit te maken welke noten bij welke woorden horen. Zo is het te verklaren dat er zoveel verschillende moderne uitvoeringen zijn van de liederen uit het Gruuthusehandschrift. Luistert u zelf maar naar deze fragmenten.

Het Gruuthusehandschrift en de KB

Het handschrift is lange tijd eigendom van een particulier, waardoor de wetenschap maar beperkt toegang heeft tot het materiaal. In 2007 slaagt de KB erin om het handschrift te kopen en het meteen volledig online te publiceren. De KB krijgt daarbij financiële steun van de Mondriaan Stichting, het VSB-fonds, de BankGiro Loterij, de VandenEnde Foundation en de Vereniging Vrienden van de Koninklijke Bibliotheek.

Beschrijving van het handschrift

Den Haag, Koninklijke Bibliotheek, KW 79 K 10.
Het Gruuthusehandschrift, Brugge, ca. 1405 –1410
Perkament; 4+85+10 bll. Blad oorspronkelijk ca. 295 x ca. 195 mm, thans nog maar 251 x 190 mm (fol. 2 echter 285 x 188 mm); bladspiegel ca. 225 à 230 x ca. 150 mm; 2 kolommen, 50 of 51 regels per kolom.
Driedelig convoluut (deel 1: 7 gebeden, deel 2: liedboek met 147 liederen, deel 3 16 gedichten en 2 toegevoegde korte teksten); moderne potloodfoliëring; vijf kopiisten. Er ontbreken 7 bladen met tekst.
Negentiende-eeuwse schapenleren band.
Vier gouden initialen op een blauw-paarse grond; een rode initiaal; afwisselend rode en blauwe lombarden; beginletters van de verzen in een aparte kolom en rood doorstreept. Op fol 2r. onderaan, het wapen van Lodewijk van Gruuthuse.

Meer informatie

Literatuur

Jos Koldeweij, Inge Geysen en Eva Tahon (red.), Liefde en Devotie. Het Gruuthusehandschrift: kunst en cultuur omstreeks 1400. Antwerpen , Ludion 2013. Catalogus bij de tentoonstelling in het Gruuthusemuseum te Brugge.
Herman Brinkman (samenstelling), Maria van Daalen (vertaling), Liefde, leven en devotie. Poëzie uit het Gruuthusehandschrift. Amersfoort/Brugge, Bekking& Blitz Uitgevers 2013. Op cd zes liederen uit het handschrift uitgevoerd door het ensemble Fala Musica