Wapenboek Beyeren (1405)

Het Wapenboek Beyeren bevat meer dan duizend tekeningen van wapenschilden. Het is een soort 'who's who' van middeleeuwse ridders.

Op deze pagina vindt u een algemene inleiding bij het Wapenboek Beyeren. Wilt u direct naar het gedigitaliseerde boek? Klik dan op de link in dit plaatje:

Het belang van wapenschilden in de middeleeuwen

Het Wapenboek Beyeren is geschreven door Claes Heynenzoon, die rond 1400 een van de belangrijkste diplomaten van de Nederlanden was. Het belang van de heraldiek (wapenkunde) was steeds groter geworden in de loop van de middeleeuwen.

Zowel op toernooien als op het slagveld waren ridders in helm en harnas volledig onherkenbaar, tenzij zij zich onderscheidden met een wapenschild. Bovendien werden de wapens gebruikt om aan te geven bij welke heer men hoorde, op het slagveld ook geen onbelangrijk gegeven. De heraut beheerde de wapenschilden en introduceerde de ridders bij toernooien. Een gedegen kennis van de internationale ridderschap hoorde dus bij zijn taak. De auteur legde zijn kennis van de internationale ridderschap vast in dit wapenboek.

Wapenboek Beyeren, belegeraars van Gorinchem 1402

Wapens van deelnemers aan het beleg van Gorinchem in 1402: hertoge Aelbrecht van Beyeren, die lantgreue van Lucenborch, die borchgreue van Leyden, die borchgreue van Montfoirde, die heer van Vyanen, die heer vander Merwede ende van Steyn (fol. 13v)

Heraut 'Beyeren'

Het boek dankt zijn naam aan de samensteller, die het op 23 juni 1405 voltooide, zoals achterin staat vermeld:

Explicit iste liber per manus Beyeren quondam Gelre armorum regis de Ruris anno Domini milesimo quadringentesimo quinto in profesto Sancti Johannis Baptiste 

oftewel Hier eindigt dit boek van de hand van Beyeren, voorheen Gelre, wapenkoning van de Ruwieren, in het jaar des Heren duizend vierhonderd vijf op de dag voor die van de heilige Johannes de Doper.

De persoon die zich in het colofon ‘Beyeren’ noemt, stond dus eerder bekend als ‘Gelre’, zoals hij zelf meldt. We kennen ook zijn echte naam: Claes Heynenzoon (ca. 1345-1414). Rond 1400 was hij de meest prominente heraut in de Nederlanden en als zodanig als geen ander op de hoogte van het internationale ridderwezen. Herauten vervulden ceremoniële functies bij toernooien en gezantschappen, en waren gespecialiseerd in zaken als heraldiek, genealogie en riddereer.

Claes Heynenzoon schreef nog meer

Sommige herauten stelden hun specialistische kennis op schrift. Zo had Claes Heynenzoon in dienst van de hertog van Gelre aan het eind van de veertiende eeuw het ‘Wapenboek Gelre’ vervaardigd. Dat bevindt zich nu in KB Brussel (ms. 15652-56). Later stapte hij over naar het hof van de Hollandse graaf Albrecht van Beyeren en maakte hij daar het ‘Wapenboek Beyeren’ (nu dus in de KB Den Haag).

Heel bijzonder is dat van Claes Heynenzoon – naast zijn beide wapenboeken – nog meer autograaf materiaal bewaard is gebleven. De KB bewaart van hem bijvoorbeeld een verzamelhandschrift met kroniekfragmenten en een historiografisch kladboek. Deze codices zijn dus alle geschreven door de heraut zelf.

Vijf series wapenschilden

In zijn Hollandse wapenboek bracht heraut Beyeren vijf series wapenschilden bijeen:
I. 337 deelnemers aan een toernooi te Compiègne in februari 1238 [mogelijk een verschrijving, wellicht voor 1278];
II. 191 deelnemers aan een toernooi in Mons in 1310;
III. 404 deelnemers aan een expeditie tegen de Friezen in Kuinre in 1396;
IV. 122 deelnemers aan het beleg van Gorinchem in 1402;
V. 14 series van ‘Drie Besten’ (drie beste Jannen, Willemen, Adolfen, Dirken enz.)
In totaal telt het boek 1096 ingekleurde tekeningen. Heraut Beyeren stelde zelf de verzameling wapens van de deelnemers aan het beleg van Gorinchem samen; de overige series ontleende hij aan andere bronnen. 

Wapenboek Beyeren fol. 53r

Deelnemers aan een expeditie tegen de Friezen in Kuinre, 1396: die heer van Egmont, die heer van Hauereths, die heer vander Sleyde, die heer van der Hamayde, die heer her Henric van Perwes, die heer van Lens (fol. 53r)

Geschiedenis van het wapenboek Beyeren

Wie het wapenboek na de dood van de samensteller in handen kreeg, is niet bekend. Pas in 1581 duikt het weer op. Het is dan in bezit van Cornelis Claesz. van Aecken (ca. 1514-ca. 1586), goudsmid en wijntapper in Leiden. In zijn huis aan de Breestraat bracht deze Van Aecken – of in het Latijn: ‘Cornelius Aquanus’ – een bonte verzameling oudheden bijeen, waaronder Romeinse objecten uit de Brittenburg bij Katwijk. Het wapenboek liet hij opnieuw binden door Louis Elsevier (ca. 1540-1617), die zich kort voordien in Leiden had gevestigd. Die band draagt het boek nog steeds.

Vervolgens duurt het opnieuw bijna twee eeuwen voordat een bekende eigenaar van het wapenboek zich aandient: de Amsterdamse bibliofiel Jacobus Koning (1770-1832). Uit zijn nalatenschap werd het handschrift in 1833 voor 58 gulden door boekhandelaar Altheer gekocht voor de Utrechtse verzamelaar Cornelis Maria van Hengst (1771-1848). Na de dood van Van Hengst verwierf Jan François Leonard Coenen van ’s Gravesloot (1817-1885) het wapenboek. Hij plakte zijn exlibris voorin en schreef in 1875 een artikel over het handschrift in een heraldisch tijdschrift. Ook de volgende eigenaar, Willem Adriaan Beelaerts van Blokland (1883-1935), zocht de publiciteit met zijn boek. In 1933 was het zelfs te zien op een tentoonstelling in Den Haag. Vijfentwintig jaar later werd het opnieuw geëxposeerd, in Delft, maar daarna viel het doek voor de wetenschappers. Het middeleeuwse boek was nog slechts indirect voor onderzoek beschikbaar, via een set foto’s bij de Hoge Raad van Adel. Aan deze onwenselijke toestand kwam na de dood van Johan Anthony Beelaerts van Blokland (1924-2007) een eind. Diens weduwe en kinderen schonken het boek aan de Staat der Nederlanden, die het plaatste in de Koninklijke Bibliotheek. Daar is het nu voor iedereen vrij toegankelijk.

Inhoudsopgave van het Wapenboek Beyeren

Het Wapenboek Beyeren is in 1581 verkeerd gebonden. In de presentaties op de KB-website is de oorspronkelijke volgorde hersteld: fol. 1-8, 18-35, 49-57, 36-48, 9-17, 58-65.