Visboeck van Adriaen Coenen, topstuk van de KB

Leestijd 3 minuten

De dolfijn met vermeldingen in andere bronnen, folio 134r.

Het Visboeck van Adriaen Coenen (1514-1587) is een handschrift uit 1579 over zeewezens. Over vissen, maar ook over dieren en volkeren die een nauwe band met de zee hebben (bijvoorbeeld de Inuit uit Groenland).  Coenen geeft een beschrijving van de dieren en mensen, met zoveel mogelijk kenmerken. Hij voorziet deze informatie van kleurrijke illustraties, die bovendien erg nauwkeurig zijn. Een schar ziet er echt anders uit dan een schol. Ook geeft hij praktische informatie: waar is de vis te vangen, is hij eetbaar, te verkopen? Coenen beschrijft dieren die hij nooit zelf heeft gezien, dolfijnen bijvoorbeeld. Over mythische wezens zoals zeemeerminnen en cyclopen schrijft hij ook. Hij heeft over deze volkeren gelezen en wil ze daarom graag vermelden.

Coenen was groothandelaar in vis en kwam uit Scheveningen. Hij haalde zijn kennis uit zijn eigen zwerftochten langs de zee, uit de vreemde bijvangsten die vissers hem lieten zien en uit verhalen die hij hoorde van zeelui. Daarnaast leest hij ook veel boeken over het leven in de zee. Met deze informatie schreef hij een uniek werk, dat een belangrijke bron voor de wetenschap is geworden. Van niemand anders uit de 16de eeuw is ook een dergelijke getekende encyclopedie bewaard gebleven. Dat maakt het Visboeck tot een topstuk van de KB.

Hoe kwam het Visboeck in de KB terecht?

Plinische rassen, folio 19v.

Adriaen Coenen verzamelde zijn verhalen in dikke handschriften, zijn visboeken. Zijn eerste visboek gaf hij in 1574 aan Willem van Oranje. Coenen had door zijn succes als handelaar namelijk inmiddels ook bestuursfuncties gekregen. Omdat hij goed kon vertellen en veel verhalen kende over de wereld van de zee, werd hij een graag geziene gast bij medebestuurders.

Aan zijn tweede visboek werkte hij drie of vier jaar.  Het komt uiteindelijk terecht in de collectie van landsadvocaat Jacob Visser (1724-1804). In 1809 komt het naar de KB, waar het zelden wordt bekeken. Een enkele keer komt een wetenschapper het inzien, maar omdat het boek in slechte staat is, beschermt de KB het tegen te veel gebruik. Belangstellenden moeten het doen met een paar mappen met zwart-witfoto’s, en later een microfilm, ook in zwart-wit. Met de komst van internet en digitale technieken komen er nieuwe manieren om het handschrift openbaar te maken. Het wordt gedigitaliseerd als topstuk en wordt om dit mogelijk te maken grondig gerestaureerd.  

 

Coenens herkenbare fascinatie voor zeewezens

Een  in 1577 bij Saaftinge aangespoelde walvis, folio 53v-54r.

Als er anno nu een walvis aanspoelt aan de Nederlandse kust, dan is dat nieuws. In de tijd van Adriaen Coenen was dat niet anders. Dat nieuws werd verspreid via pamfletten en gravures. Coenen heeft meerdere malen een aangespoelde walvis nagetekend van deze bronnen.

Coenen wist dat zijn Visboeck bijzonder was

Coenen wist zelf waarschijnlijk ook dat hij met zijn Visboeck iets bijzonders geschreven had. In gerechtsdagboeken van Leiden uit 1583 is een aantekening gevonden. Hieruit blijkt dat hij toestemming vraagt zijn boek en zijn verzameling gedroogde vissen op 'de anstaende vrye jaermarckt en feest van de verlossinge (3 oktober) te mogen laeten zien, genietende van elc persoon een doyt en tbouc begeren te zien een oortgen'.

Met andere woorden: het kost een stuiver om zijn gedroogde vis te bewonderen op de jaarmarkt en het feest op 3 oktober. Om het boek in te zien, betaal je een dubbeltje.

Waar kun je het Visboeck zien?

Het oorspronkelijke handschrift van het Visboeck is niet in te zien. Het materiaal is te kwetsbaar. Het Visboeck staat dus wel online als gedigitaliseerd topstuk. Bekijk het bladerboek van het Visboeck of de Visboeck-pagina op Wikimedia Commons. Het signatuur van dit topstuk is KW 78 E 54.

Meer weten?

Jeroen Vandommele
Conservator na-middeleeuwse en moderne handschriften