Der naturen bloeme, Jacob van Maerlant

Dit middeleeuwse handschrift van Jacob van Maerlants Der naturen bloeme (ca. 1350) is een vroege voorloper van onze Wikipedia - met prachtige illustraties en, misschien nog wel belangrijker, voor het eerst in het Nederlands in plaats van Latijn. Stap in de wereld van een middeleeuwer en verwonder u.

Op deze pagina vindt u een algemene inleiding bij Der naturen bloeme. Wilt u direct naar het gedigitaliseerde boek? Klik dan op de link in dit plaatje:

Waarom Maerlant Der naturen bloeme schrijft

Jacob van Maerlant (ca. 1235-ca. 1300) is een koster uit de buurt van Brugge, Vlaanderen. Hij vestigt zich in Maerlant, op het eiland Voorne, waar hij Nicolaas van Cats dient, een adellijke heer die grote delen van Zeeland bestuurt.

Nog nooit heeft een dichter geprobeerd
om in het Nederlands te schrijven
over zo veel natuurlijke wezens

Het beste uit de natuur

De titel Der naturen bloeme betekent zoiets als ‘Het beste uit de natuur’. Maerlant geeft zelf de inhoudsopgave bij zijn boek:

Het eerste hoofdstuk zal u de wonderbaarlijke volkeren beschrijven;
het tweede de viervoetige dieren;
het derde behandelt de vogels;
het vierde de watermonsters;
het vijfde de vele soorten vissen die voorkomen in zeeën en rivieren;
het zesde de gifslangen;
het zevende de vele soorten insekten en kruipende dieren;
het achtste de gewone bomen;
het negende zal de specerijbomen behandelen;
het tiende de geneeskrachtige planten;
het elfde de bronnen, zowel de geneeskrachtige als de giftige;
het twaalfde de edelstenen;
en het dertiende de zeven metalen die uit de aarde gedolven worden.

Wie zich erin wil verdiepen kan in al deze hoofdstukken heilzame recepten en fraaie woorden vinden, wijze lessen en verstrooiende verhalen. [vert. Burger, DBNL]

Maerlant wil gedegen kennis bieden, maar ook ontspanning. Tegenwoordig spreken we van de sandwich-formule. Door informatie af te wisselen met ontspanning, komt de kennis beter aan. Dat is een eeuwenoude techniek.

Jacob van Maerlant Der naturen bloeme

Wonderlijke wezens in Der naturen bloeme

Maar een deel van het plezier dat wij er nu aan beleven, is door Maerlant zo niet bedoeld. Centaurs die voortkomen uit paringen tussen mens en paard, mensen met staarten, mensen met één oog die boven alle bomen uitsteken – het is voor ons een bonte mengeling van feit en fantasie. Maar in Maerlants tijd horen al die wezens bij het wereldbeeld. De kennis is overgeleverd uit oude klassieken, te beginnen met de Griekse Aristoteles. Maerlant schrijft daarover:

of u het gelooft interesseert mij niet.
Wat mijzelf betreft, ik twijfel er niet aan
dat wat ik zeg de zuivere waarheid is, precies zoals ik die beschreven vond.

Maerlants Latijnse bron

De belangrijkste bron die Maerlant zelf gebruikt is het Liber de natura rerum van Thomas van Cantimpré uit ongeveer 1245. Maar hij vertaalt niet letterlijk: hij neemt de vrijheid om stukken weg te laten die hij niet belangrijk vindt, en soms zet hij vraagtekens bij de betrouwbaarheid van zijn bron:

Epilepsie kan genezen worden door het hart van een wolf tot as te verbranden en direct op te drinken. De zieke moet zich in het vervolg wel onthouden van de omgang met vrouwen. En misschien bezit ook dit middeltje enige waarde: snijd een riem uit een wolvehuid en knoop die om uw middel als u geplaagd wordt door kramp in maag en ingewanden. Ik zal niet zeggen dat het waar is, maar het is een kleine moeite om het te proberen. [vert. Burger, DBNL]

Wonderbaarlijke volkeren in Der naturen bloeme. Rechts in het midden mensen zonder hoofd, met ogen in hun schouders. Daarboven mensen met maar één voet, maar wel zo groot dat ze die als parasol kunnen gebruiken (fol. 41v).

Wikipedia op rijm

De tekst van Der naturen bloeme is geschreven in 16.500 verzen. Een studieboek op rijm komt op ons vreemd over, maar er is een goede reden voor. In de middeleeuwen zijn er maar weinig mensen die kunnen lezen, en er zijn ook maar weinig boeken. Daarom worden teksten vaak voorgelezen, bijvoorbeeld tijdens de maaltijd. Voordrachtskunstenaars reizen van hof naar hof om hun diensten aan te bieden. De populairste teksten leren ze uit hun hoofd, en tekst op rijm is gemakkelijker te onthouden.

Invloed van Der naturen bloeme

Der naturen bloeme is een van de eerste werken in het Nederlands. De tekst heeft veel invloed. Tot ver in de achttiende eeuw blijven verhalen opduiken die aan Der naturen bloeme zijn ontleend, zoals het hardnekkige geloof in het bestaan van een ganzensoort die aan bomen groeit.

Het handschrift in de KB

Het eigen handschrift van Jacob van Maerlant is niet bewaard gebleven. Het handschrift in de KB is van ongeveer 1340-1350. Het is gemaakt in Utrecht, wat blijkt uit een aantal versieringen. Wie het geschreven en geïllustreerd hebben is niet bekend.

De vroegste vermelding van dit handschrift vinden we in een catalogus van een veiling in Den Haag op 6 september 1779. Het handschrift is dan in het bezit van boekverkoper Cornelis van Buuren. Het wordt beschreven als ‘ongemeen oud, dog zuyver en wel bewaart’ en als ‘zynde een voortreffelyk Cabinetstuk [= pronkstuk]’.

In 1812 verwerft Petrus van Musschenbroek het handschrift voor het Koninklijk Instituut, de voorloper van de Koninklijke Nederlandse Akademie van Wetenschappen. Op haar beurt geeft de KNAW het handschrift in 1937 in permanente bruikleen aan de KB, waar het tot op de dag van vandaag wordt bewaard. De KB bezit ook een exemplaar van Der naturen bloeme uit het midden van de vijftiende eeuw (76 E 4) dat een exacte kopie is van het veertiende-eeuwse handschrift. Zo’n directe relatie tussen twee middeleeuwse handschriften is zelden vast te stellen.

Beschrijving van het handschrift

Den Haag, Koninklijke Bibliotheek, KA 16. Utrecht, ca. 1340-1350. Perkament, 164 fol., 278×208 (215×160) mm, 2 kolommen, 38-40 regels. Bruine leren band uit de 16de eeuw met goud- en blindstempeling (tekst: ‘GHEDENCT DEN DOOT DES HEEREN’) en beslag.

fol. 1r-6v: Utrechtse kalender (in rood o.a. ‘Sinte Laureins’, 10 augustus) en cisiojanus. Inc.: ‘Jaers dach van verilt / Dortien dach ghi dan hebben silt [...]’
fol. 7r-25v: De natuurkunde van het geheelal / [Gheraert van Lienhout]
fol. 25v-28r: Die cracht der mane / Heynric van Hollant. Inc.: ‘Ic bidde gode dat hi minen sin / Verlichten moete dat mijn begin [...]’
fol. 28r: ‘Dit es ene tafle daer men bi mach weten hoe menige wardicheit oft macht elke planete hevet’. Astrologische tabel en tekst over de planeten. Inc.: ‘Als die mane is int vergaderen mitter sonnen in een nat tekijn [...]’
fol. 28r-29v: Recepten. Inc.: ‘Die dat grote onghemac wille ghenesen so datmense nemmermee geporre [...]’
fol. 29v-34r: Boec der aspecten van de maan. Inc.: ‘Om dat die mane ons vele betekent in die werelt an den mensche, ende al dat hi te hande hevet andien wedre up dien lande ende in die zee [...]’
fol. 34r-36r: ‘Die boec van den IIII complexien’. Inc.: ‘So wie wille weten die nature ende die maniere vanden luden [...]’
fol. 36v-37r: Den mensche te bekennen bi vele tekenen
fol. 38r-163r: Der naturen bloeme / Jacob van Maerlant (ca. 1235-1300)

Lijst van afbeeldingen

Der naturen bloeme, lijst van afbeeldingen

Relevante bronnen