Visboek van Adriaen Coenen

Dit handschrift vol vissen en wonderbaarlijke wezens uit 1579 is een feest om in rond te dwalen, digitaal of op papier. De maker, Adriaen Coenen, sleept u mee in zijn nieuwsgierigheid naar alles wat leeft en beweegt, van monstervissen tot boomganzen.

Adriaen Coenen: een leven aan zee

Adriaen Coenen wordt in 1514 in Scheveningen geboren als zoon van de visser, stuurman en groothandelaar in vis Coenraad Vallicsz.

Als leerjongen helpt hij de visafslager van Scheveningen. Later werkt hij zelf bij de visafslag, eerst als schrijver en uiteindelijk als afslager. Hij verdient goed aan de vis en wordt groothandelaar. Als geslaagd zakenman gaat Coenen ook meetellen in de plaatselijke elite. Hij vervult verschillende bestuursfuncties. Zo is hij schout van Scheveningen en zit hij voor Scheveningen in de schepenbank van Den Haag.

Visboek van Adriaen Coenen

Walvissen voor de kust van Zuid-Holland. Rechtsboven Scheveningen. folio 57r

Adriaen Coenen de verteller

Coenen is een graag geziene gast aan de tafels van zijn medebestuurders. Hij is een goed verteller en zit vol fantastische verhalen over de wondere wereld van de zee. Die kennis komt niet uit een natuurkundige opleiding, maar uit zijn eigen zwerftochten langs de zee, de vreemde bijvangsten die vissers hem laten zien en de verhalen die hij hoort van zeelui.

Coenen groeit uit tot een gerespecteerd expert die zijn kennis nog verder vergroot door geleerde boeken te lezen die medebestuurders aan hem uitlenen.

Coenen is tweemaal getrouwd. Met zijn tweede vrouw krijgt hij op 63-jarige leeftijd nog een zoon, Coenraet geheten, die zich zal ontwikkelen tot een niet onverdienstelijke kunstschilder.

Visboek van Adriaen Coenen

'Dit is Coen Adriaensen mijn soon', detail van folio 224r.

Een uniek notitieboek uit de zestiende eeuw

Coenen verzamelt zijn kennis in dikke handschriften, zijn visboeken. In 1574 geeft hij een van die boeken aan Willem van Oranje. Drie jaar later begint hij aan zijn tweede Visboek dat nu een van de topstukken van de KB is. Coenen heeft er drie of vier jaar aan gewerkt.

Het resultaat van al dat werk is een verbluffend handschrift. Pagina na pagina zien we de meest bijzondere wezens aan ons voorbijtrekken. Ze zijn voorzien van nauwkeurige bijschriften en omlijst met kleurrijke randen van waterverf.

Coenens visboek is uniek. Van geen andere zestiende-eeuwer is een dergelijke getekende encyclopedie bewaard gebleven. In een gedicht op een titelblad legt hij zijn bedoeling uit:

Die dit visboek zullen zien of lezen
Zij zullen ’t somige berispen en zeggen, behoort al anders te wezen.
Ik heb ’t geschreven en gemaakt naar mijn simpel verstand
Meest van onze vissen die wij hebben in Holland
Die onze vissers dagelijks vangende zijn
En gegeten worden tot alle termijn
En mede van oneetbare vissen voort
Ook van andere vreemdelandse vissen so ik hebbe gehoord
Die ’t leest of beziet mag ’t zeggen een ander voort
Dat hij hier ziet ende hoort.

Visboek Adriaen Coenen

Titelblad met gedicht waarin Coenen zijn bedoelingen uiteenzet met onderaan in een kader. 'Ghesreven ende vergadert Bij Adriaen Coenensoen van Scheveninghc', folio 11v.

Een amateur die compleetheid nastreeft

Coenen probeert zijn informatie op een bepaalde manier te ordenen. Voor een vishandelaar is het logisch om eerst te kijken naar het praktische nut van vissen. Zijn ze eetbaar en dus verhandelbaar, of zijn ze oneetbaar en moet hij maar afwachten of iemand er iets voor wil betalen als curiositeit

Coenen probeert zo compleet mogelijk te zijn in zijn beschrijvingen. Hij geeft niet alleen zoveel mogelijk kenmerken van de vis en benamingen in andere talen, maar vertelt ook in welke jaargetijden op welke vis wordt gevist en op welke wijze. In zijn tekeningen is hij zeer nauwkeurig. Een schar ziet er echt anders uit dan een schol.

‘Vreemdelandse’ vissen neemt Coenen ook op in zijn boek. Altijd geeft hij er dan een bronvermelding bij. Hij wil niet voor een fantast worden uitgemaakt. Een mooi voorbeeld is de dolfijn:

Deze dolfijn is onze vissers van Scheveningen niet bekend. Dus weet ik van hen niet te schrijven dan uit andere visbeschrijvers of historieschrijvers.

Visboek van Adriaen Coenen

De dolfijn met vermeldingen in andere bronnen, folio 134r

Wonderlijke wezens in Coenens Visboek

Coenens grote verwondering over de grootsheid van Gods schepping brengt hem ertoe ook vreemde wezens op te nemen in zijn boek. Hij heeft die niet zelf gezien, maar erover gelezen of gehoord. Zo neemt hij voorbeelden van de zogenaamde Plinische rassen op in zijn boek: mensen zonder hoofd, mensen die in de schaduw van hun eigen voet leven, enzovoort. Zulke afbeeldingen kennen we ook uit Der naturen bloeme* van Jacob van Maerlant.

Visboek van Adriaen Coenen

Plinische rassen, folio 19v.

Tot de vreemde volken behoren ook de Eskimo’s. Coenen heeft in 1566 in een Haagse herberg een Eskimovrouw met een kind gezien: ‘een wild wijf met een kind en men zag ze om geld’. De afbeeldingen van deze mensen, die een duidelijke band met de zee hebben, neemt Coenen over uit pamfletten.

Visboek Adriaen Coenen

'Dit sijn luijden die rauwe vischen eeten', folio 410v-411r.

Niet alleen wonderlijke mensen neemt Coenen op in zijn boek. Ook zeemeermannen, zeemeerminnen, een zeebisschop en een zeemonnik worden beschreven in het Visboek.

Coenens fascinatie is herkenbaar

Coenens fascinatie voor de wezens die hij beschrijft is heel herkenbaar. Zoals vandaag de dag een stranding van een potvis het journaal haalt, zo is eenzelfde gebeurtenis ruim vier eeuwen geleden groot nieuws. Van pamfletten en eigentijdse gravures tekent Coenen verschillende malen een aangespoelde walvis na. In zijn tijd wordt zo’n gebeurtenis gezien als een voorteken, en ook dat legt hij uit.

Visboek Adriaen Coenen

De in 1577 bij Saaftinge aangespoelde walvis, folio 53v-54r

Bladerend door dit visboek wordt u getroffen door de veelheid van de door Coenen afgebeelde en beschreven vissen. Zijn liefde voor de zee en zijn grote kennis van al wat in, op of bij de zee leeft, zijn fenomenaal. Hoewel hij amateur (liefhebber) was, heeft Coenen wetenschappelijke precisie en compleetheid nagestreefd. Zijn boek is nu een belangrijke bron voor de wetenschap geworden.

Het Visboek biedt de hedendaagse lezer en kijker de sensatie van onderzoekers van de diepzee die dankzij moderne technieken nieuwe soorten ontdekken.

Planctoteuthis
Nog steeds vinden onderzoekers nieuwe vissoorten

Onderzoekers van ‘Mar-Eco’ vissen een pijlinktvis (Planctoteuthis) uit zee (foto links), die vrijwel zeker nog nooit door mensen is aanschouwd. Ook de vijf centimeter lange hengelvis (foto rechts) behoort waarschijnlijk tot een tot dusver onbekende soort.

hengelvis

Bron: http://www.mar-eco.no/__data/page/291/News_release_from_the_MAR-ECO_expedition_2004.pdf

Coenens Visboek te gelde gemaakt

Coenen moet ook zelf het bijzondere van zijn boek hebben ingezien. Er is namelijk in de gerechtsdagboeken van Leiden uit het jaar 1583 een aantekening gevonden waaruit blijkt dat hij toestemming vraagt zijn boek en zijn verzameling gedroogde vissen op

de anstaende vrye jaermarckt en feest van de verlossinge (3 oktober) te mogen laeten zien, genietende van elc persoon een doyt en tbouc begeren te zien een oortgen.

Met andere woorden: het kost een stuiver om zijn gedroogde vis te bewonderen, en voor het boek moet u een dubbeltje neertellen.

Het Visboek en de KB

In de achttiende eeuw behoort het Visboek tot de collectie van landsadvocaat Jacob Visser (1724-1804). In 1809 komt het naar de KB. Daar leidt het handschrift een onopvallend leven. Een enkele keer komt een wetenschapper het bekijken, maar omdat het boek in slechte staat is, beschermt de KB het tegen te veel gebruik. De boekband en de touwen waarin het boek is genaaid zijn beschadigd, de bladen liggen los en de ruggen van de katerns zijn gescheurd. Belangstellenden moeten het doen met een paar mappen met zwart-witfoto’s, en later een microfilm, ook in zwart-wit.

Visboek van Adriaen Coenen

Oud reparatiepapier wordt verwijderd tijdens de restauratie van 2002-2004

Met de komst van internet en digitale technieken ziet de KB nieuwe mogelijkheden om het handschrift openbaar te maken. Men besluit het te digitaliseren. Om dat veilig te kunnen doen, moet het hele boek uit elkaar worden gehaald in het restauratieatelier van de KB. Bij die gelegenheid wordt het ook helemaal gerestaureerd. Dit restauratieproces is uitvoerig beschreven.

Beschrijving van het handschrift

Den Haag, KB : KW 78 E 54
Adriaen Coenensz van Schilperoort (1514-1587), Visboeck.
Scheveningen, 1577-1579. Folio, papier, 412 fol., met talloze gekleurde tekeningen.
Moderne leren conserveringsband uit 2004.
In 1809 gekocht, coll. Visser (nr. 58)

Restauratiegeschiedenis

Een beschrijving van de omvangrijke restauratie van het Visboek door het restauratieatelier van de KB in 2002-2004.

Literatuur

E.Cockx-Indestege, 'Een walvis gestrand in de Schelde boven Antwerpen op 2 juli 1577', in: Noordgouw. Cultureel Tijdschrift van de provincie Antwerpen 6 (1966), p. 1-18
K. Barthelmess, 'Potvisstrandingen in de Lage Landen in de 16de eeuw. Geschiedenis en iconografische ontwikkeling', in: Op het strand gesmeten. Vijf eeuwen potvisstrandingen aan de Nederlandse kust. [Zutphen] 1992, p. 35-56.
Florike van Egmond, Het Visboek: de wereld volgens Adriaen Coenen (1514-1587). Zutphen, Walburg Pers, 2005
Overview of data on animals, fisheries, trade and consumtion in Adriaen Coenen's Fish Book (1581) - Link volgt.