Kleine gedigten voor kinderen

‘Jantje zag eens pruimen hangen’ en andere klassieke versjes komen uit drie bundels met ‘Kleine gedigten voor kinderen’ die Hieronymus van Alphen publiceert tussen 1778 en 1782. Van Alphen zet met zijn werk een heel nieuwe trend in de literatuur: schrijven voor kinderen vanuit hun eigen belevingswereld.

Op deze pagina vindt u een algemene inleiding bij Kleine gedigten. Wilt u direct naar het gedigitaliseerde boek? Klik dan op de link in dit plaatje:

Heel bijzonder: gedichten voor kinderen

Kleine gedigten voor kinderen Hieronymus van Alphen

Op de eerste afbeelding in de bundel zien we waarschijnlijk vader Van Alphen met twee van zijn zoontjes. Hij geeft hen zijn boekje.

Het succes van Van Alphens Kleine gedigten

‘Mijn speelen is leeren, mijn leeren is speelen’

De gedichten van Van Alphen passen in het midden van de achttiende eeuw. Vóór die tijd worden kinderen gezien als kleine volwassenen. Zo worden ze ook afgebeeld. In de achttiende eeuw zijn er filosofen die een ander beeld van kinderen ontwikkelen: kinderen als onbeschreven blad, met een eigen wereld, die echt anders is dan de wereld van volwassenen. Van Alphen pakt die toon op en laat zien dat leren niet alleen serieus hoeft te zijn, maar dat je spelenderwijs ook van alles kunt leren:

Mijn speelen is leeren, mijn leeren is speelen,
En waarom zou mij dan het leeren verveelen?
Het lezen en schrijven verschaft mij vermaak.
Mijn hoepel, mijn priktol verruil ik voor boeken;
Ik wil in mijn prenten mijn tijdverdrijf zoeken,
't Is wijsheid, 't zijn deugden, naar welken ik haak.

Kleine gedigten voor kinderen Hieronymus van Alphen

'Mijn hoepel, mijn priktol verruil ik voor boeken', p. 11.

De christelijke moraal

De godsdienst speelt een belangrijke rol in de samenleving en ook in het leven van Van Alphen. We zien dat terug in zijn gedichten. De bundel bevat lessen over christelijke naastenliefde, Gods goedheid en wijsheid en geestelijke rijkdom:

Mogt ik nu maar dankbaar wezen,
over mijn gelukkig lot;
Ja ik wil gehoorzaam leven,
en u danken, goede God!

De illustraties

De eerste uitgave van de Proeve van kleine gedigten voor kinderen (1778) bestaat alleen uit tekst. Daar komen snel illustraties bij, ontworpen door Jacobus Buys en gegraveerd door Jan Punt, Noach van der Meer jr en anderen. Die illustraties vertellen ons meer over de omgeving waarin de gedichten worden gemaakt en gelezen. Veel taferelen spelen zich af in huis, binnen de vertrouwde kring van het gezin. De afgebeelde kinderen horen tot de gegoede burgerij; ze leven in fraaie huizen en zijn goed gekleed.

De editie die de KB hier laat zien is alleen al bijzonder omdat 56 van de 66 gravures zorgvuldig met de hand zijn ingekleurd – door een tante voor haar neefje. Dat gebeurt tientallen jaren na de publicatie, tussen 1823 en 1840. Tante zelf heeft geen kinderen, haar zuster wel. De neef schrijft voorin: ‘De prentjes in dit boekje [zijn] gekleurd door myne lieve tante Carp-Douwes’. Die familie behoort tot de kennissenkring van Hieronymus van Alphen.

De tante die de illustraties inkleurt heeft een vaste hand en oog voor detail, want de gravures zijn zeer nauwgezet van halftransparante verf voorzien in verschillende nuances: afzonderlijke boomblaadjes, accenten in de gezichtjes en patronen en versieringen op kleding en meubels. En dat terwijl de afbeeldingen maar 7,7 × 5,2 cm groot zijn. De kleuren benadrukken dat de prenten een eigen verhaal vertellen naast de versjes.

Kleine gedigten voor kinderen en de KB

Deze uitgave uit 1783 is samengesteld uit verschillende vroege drukken van de drie bundeltjes: de Proeve van kleine gedigten voor kinderen, het Vervolg der kleine gedigten voor kinderen en het Tweede vervolg der kleine gedigten voor kinderen. Deze samengestelde uitgave heeft een aangepast titelblad voorin en de titelbladen van de losse delen zijn weggelaten. De afzonderlijke bundels waren al doorlopend genummerd, waardoor de samengestelde bundel een consequente nummering krijgt. Er zijn bladen uit verschillende drukken gebruikt om een zo mooi mogelijke bundel samen te stellen.

Pas enkele jaren later, in 1787, brengt de uitgever Wed. Jan van Terveen de eerste officiële verzameleditie van alle gedichten uit onder de titel Kleine gedigten voor kinderen.

Na het invoegen van de gekleurde bladen is een nieuwe band om de bundel gezet met gele schutbladen. Op één van die schutbladen staat een handgeschreven eigenaarsnaam: ‘M. Jorissen’. De bundel is in bezit geweest van de familie Jorissen en ook daarna altijd in particulier bezit gebleven, tot de Koninklijke Bibliotheek deze bundel in juni 2010 koopt op een veiling van Van Stockum in Den Haag.

Mijn speelen is leeren,
mijn leeren is speelen,
En waarom zou mij dan
het leeren verveelen?

Beschrijving van het boek

Hieronymus van Alphen, Kleine gedigten voor kinderen. Utrecht, Wed. Jan van Terveen en Zoon, 1783.
104 pagina’s, 66 gravures, waarvan 56 met de hand ingekleurd.
In de bundel zijn opgenomen: 'Proeve van kleine gedigten voor kinderen' (10e/11e druk 1780/1781 en 12e/13e druk 1783/1784), 'Vervolg der kleine gedigten voor kinderen' (edities 1780 en 1783) en ‘Tweede vervolg der kleine gedigten voor kinderen’ (1782). Het bevat tevens het Voorberigt uit 1780 van het 'Vervolg'.
Aanvraagnummer: KW 2220 G 15.

Relevante bronnen

Literatuur

Louis Saalmink en Jeannette Kok, 'Zie daar eenige kleine gedigten', in De boekenwereld jrg. 27 (2010-2011), afl. 1, p. 13-22.